Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- de problemen door (toegedichte) betrokkenheid bij de Gülen-beweging.
welverplicht om een verweerschrift in te dienen. Ondanks deze verplichting heeft de minister hier niet aan voldaan. Nu de minister geen verweerschrift heeft ingediend en ook niet ter zitting is verschenen, zal de rechtbank in voorkomende gevallen de stellingen van eiser als onweersproken beschouwen. De minister is immers in de gelegenheid geweest om op eventuele onwelvallige stellingen te reageren, maar heeft er zelf voor gekozen dit niet te doen. Dit neemt niet weg dat de rechtbank ook een eigen verantwoordelijkheid heeft en niet elke stelling van eiser zonder meer zal volgen. Echter, in die gevallen waarin het de rechtbank niet vreemd voorkomt, zal de rechtbank uitgaan van hetgeen eiser heeft gesteld.
nietopnieuw te vrezen heeft voor vervolging. Het beroep is dus gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. In het kader van de finale geschilbeslechting en in het licht van het arrest Quotal, zal de rechtbank zelf een beoordeling maken van de geloofwaardigheid van het ter staving van het verzoek om internationale bescherming overgelegde relaas, over de aannemelijkheid van de vrees voor vervolging of het reële risico op ernstige schade bij terugkeer naar het land van herkomst alsmede over de gegrondheid van het verzoek, rekening houdend met alle elementen die in de beroepsprocedure naar voren zijn gebracht.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- verwijst de zaak terug naar de minister en draagt de minister op aan eiser een verblijfsvergunning asiel te verlenen als vluchteling;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
mr.B. Kingma, griffier.