Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister heeft op 24 april 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel duurt voort en de rechtbank toetst de rechtmatigheid van het voortduren sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 11 mei 2026.
Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend handelt, onder meer omdat de geboortedatum in de aangevraagde laissez-passer niet overeenkomt met zijn stelling. De rechtbank oordeelt dat de minister uitgaat van een vaststaande geboortedatum uit een eerder besluit waartegen geen rechtsmiddelen meer openstaan, en dat dit niet leidt tot onvoldoende voortvarendheid.
De minister heeft meerdere malen contact gezocht met de Algerijnse autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser gevoerd. De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat het zicht op uitzetting ontbreekt en acht de maatregel tot het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.