Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 22 november 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Luxemburg verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat eiser eerder een visum had verkregen via Luxemburg en Nederland een terugnameverzoek had ingediend dat door Luxemburg was geaccepteerd.
Verweerder nam de asielaanvraag niet in behandeling omdat Luxemburg verantwoordelijk is. Eiser voerde aan dat overdracht aan Luxemburg in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro vanwege zijn ernstige psychische klachten en het risico op verslechtering van zijn gezondheidstoestand. Hij stelde dat verweerder onvoldoende had onderzocht of de medische behandeling in Luxemburg voortgezet kan worden en dat zijn eerdere negatieve ervaring in Luxemburg een extra risico vormt.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat Luxemburg zich aan internationale verplichtingen houdt. Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat hij in Luxemburg niet de benodigde medische zorg kan krijgen of dat overdracht tot een onevenredige hardheid leidt. De rechtbank vond dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom het verzoek niet aan Nederland werd toegetrokken en dat het beroep ongegrond is.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.