ECLI:NL:RBDHA:2026:1842

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000049389:B001
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 5 sub b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning beloning verhuizing onder beschermingsbewind in afwachting prejudiciële vragen Hoge Raad

De kantonrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 4 februari 2026 een beschikking gegeven inzake een verzoek tot toekenning van een beloning wegens verhuizing onder beschermingsbewind. Het verzoek werd ingediend door een bewindvoerder die aanspraak maakt op vergoeding conform artikel 3 lid 5 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. De kantonrechter heeft op basis van schriftelijke stukken besloten zonder mondelinge behandeling.

Recentelijk zijn drie verschillende uitspraken van gerechtshoven gepubliceerd over de toekenning van dergelijke beloningen, waarbij de jurisprudentie niet eenduidig is. Rechtbank Limburg is voornemens prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen om duidelijkheid te verkrijgen. Totdat de Hoge Raad uitspraak doet, volgt de kantonrechter de lijn van het Gerechtshof Den Haag van 8 oktober 2025.

De kantonrechter wijst het verzoek toe, maar benadrukt dat dit niet betekent dat gelijksoortige verzoeken in de toekomst automatisch worden toegewezen. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door kantonrechter D. de Loor en kan binnen drie maanden door partijen met tussenkomst van een advocaat worden aangevochten bij het Gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het verzoek om toekenning van een beloning wegens verhuizing onder beschermingsbewind wordt toegewezen in afwachting van duidelijkheid van de Hoge Raad.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Toezicht
Locatie 's-Gravenhage
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000049389:B001
CBM-nummer
:
BM16050
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
4 februari 2026

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:

[verzoeker] ,

handelend onder de naam [bedrijf] ,[adres 1] ,
Kamer van Koophandel-nummer [nummer] ,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] 1967,wonende te [adres 2] ,hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 19 november 2025,
- de nadere informatie, ontvangen op 11 december 2025,
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Beoordeling

Verzoeker vraagt om een beloning toe te kennen voor een verhuizing conform artikel 3 lid 5 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:
“Verzoek toekenning beloning ivm verhuizing. Geen Mentor.
Zie uitspraak Rechtspraak Gerechtshof Den Haag zaaknr 200.350.939/01 NL:TZ:0000288533,BM28661.
Hierin word aangegeven dat wanneer er geen mentor aanwezig is de kosten voor verhuizing aan de bewindvoerder dient uit betaald te worden,
De kantonrechter zal, gelet op de ontvangen informatie, het verzoek toewijzen.
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Ten aanzien van machtigingsverzoeken om toekenning van een beloning wegens verhuizing zijn recentelijk drie uitspraken van verschillende gerechtshoven gepubliceerd:
Deze uitspraken liggen niet op één lijn.
Rechtbank Limburg is – gezien de huidige onduidelijke stand van zaken - van plan om in één zaak prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Omdat die procedure enige tijd in beslag zal gaan nemen, heeft de kantonrechter besloten om de beslissing van Gerechtshof Den Haag vooralsnog te volgen totdat er duidelijkheid is van de Hoge Raad. Dit betekent dat het huidige verzoek zal worden toegewezen, maar dat dit niet betekent dat gelijksoortige verzoeken in de toekomst eveneens zullen worden toegewezen.

Beslissing

De kantonrechter
- wijst het verzoek toe.
Deze beschikking is gegeven door mr. D. de Loor, kantonrechter, in samenwerking met de griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.