ECLI:NL:RBDHA:2026:18219
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet-toepassing jongvolwassenenbeleid en ontbreken bijkomende afhankelijkheid
Eiseres, een vrouw met de Jemenitische nationaliteit, verzocht namens haar meerderjarige zoon (referent) om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder wees de aanvraag af omdat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing was en er geen sprake was van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en referent.
Eiseres voerde in beroep aan dat het jongvolwassenenbeleid wel van toepassing was, dat er wel degelijk bijkomende afhankelijkheid bestond en dat verweerder een belangenafweging had moeten maken op grond van het familie- en gezinsleven. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geconcludeerd dat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing was, mede omdat referent 28 jaar was en getrouwd is geweest.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder alle relevante omstandigheden had betrokken bij de beoordeling van de afhankelijkheid en dat er geen bewijs was dat referent financieel of emotioneel afhankelijk was van eiseres. Ook de gezondheidsproblemen van eiseres waren onvoldoende om afhankelijkheid aan te nemen. Omdat geen familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro bestond, hoefde verweerder geen belangenafweging te maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.