ECLI:NL:RBDHA:2026:18154

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
NL26.36685
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening toegewezen voor rechtmatig verblijf en opvang asielzoeker in afwachting van verzet

Verzoeker heeft tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag verzet ingediend nadat het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening vanwege de dreigende beëindiging van zijn opvangvoorzieningen per 3 juli 2026.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de veiligheids- en humanitaire situatie in Syrië, met name in Aleppo, zorgelijk is en dat het verzet van verzoeker niet zonder meer kansloos is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verzoeker rechtmatig verblijf in Nederland verkrijgt en recht heeft op opvangvoorzieningen.

De spoedeisendheid is gegeven omdat verzoeker per 3 juli 2026 uit de opvang zou worden geplaatst. De voorzieningenrechter besluit zonder zitting en veroordeelt de minister van Asiel en Migratie in de proceskosten van €934,-.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, verzoeker behoudt rechtmatig verblijf en opvang in afwachting van verzet.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.36685

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoekerV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 23 april 2026 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als ongegrond.
Bij uitspraak van 20 mei 2026 van deze rechtbank en zittingsplaats heeft de bestuursrechter het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard. [1]
Verzoeker heeft tegen deze uitspraak verzet ingediend. [2] Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 1 juli 2026 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om met spoed op zijn verzoek om een voorlopige voorziening te beslissen, omdat het COa [3] heeft meegedeeld dat zijn verstrekkingen op grond van de Rva [4] op 2 juli 2026 worden beëindigd.
Op 2 juli 2026 heeft verzoeker de rechtbank in kennis gesteld dat het COa de beëindiging van de Rva-voorzieningen van verzoeker heeft uitgesteld tot 3 juli 2026. Dit betekent ook dat verzoeker op deze datum de COa-locatie moet verlaten.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder het verzoek ter zitting te hebben behandeld, indien onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad.
Omdat eiser bij de uitspraak van 20 mei 2026 niet langer beschikt over rechtmatig verblijf en eiser als gevolg hiervan per 3 juli 2026 uit de opvang zal worden geplaatst, is de spoedeisendheid van de verzochte voorlopige voorziening daarmee een gegeven. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om een zitting achterwege te laten.
De voorzieningenrechter oordeelt voorts dat het verzet van verzoeker niet zonder meer geen redelijke kans van slagen heeft. Hiertoe acht de voorzieningenrechter van belang dat in de uitspraak van 20 mei 2026 van deze rechtbank en zittingsplaats niet is beoordeeld of zich in het geval van verzoeker op de individuele zaak betrekking hebbende feiten en omstandigheden voordoen als bedoeld in paragraaf 45 van het arrest Bahaddar. [5] Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt immers dat het eerst en vooral aan de rechtbank is om, in het licht van hetgeen een vreemdeling heeft aangevoerd en overgelegd, van het standpunt van verweerder daarover en van wat algemeen bekend is over het land van herkomst, te beoordelen of zich dergelijke Bahaddar-omstandigheden voordoen. [6]
4. Hierbij is van belang dat verzoeker in het verzetschrift heeft aangevoerd dat de veiligheids- en humanitaire situatie in Syrië, meer specifiek in Aleppo, zorgelijk is. Verder blijkt dit ook uit de algemene bekende informatie over de actuele veiligheidssituatie in Syrië. Dit betekent dat de voorzieningenrechter niet zonder meer kan oordelen dat het verzet van verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat verzoeker de behandeling van zijn verzetschrift in Nederland mag afwachten en heeft eveneens tot gevolg dat verzoeker daardoor rechtmatig verblijf in Nederland verkrijgt en recht heeft op Rva voorzieningen zoals onder meer opvang in het COa.
5. De voorzieningenrechter zal met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb verweerder veroordelen in de kosten die verzoeker heeft gemaakt. De kosten zijn op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht €934,- (1 punt voor het verzoekschrift, wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, in die zin dat verzoeker beschikt over rechtmatig verblijf in Nederland in afwachting van de behandeling van zijn verzetschrift;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van €934,-
Deze uitspraak is gedaan op 2 juli 2026 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

2.NL26.23938.
3.Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
4.Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen.
5.Arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 19 februari 1998, ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494.
6.Zie de uitspraak van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1664.