Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag is afgewezen als ongegrond. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
Het beroepschrift bevatte geen gronden, waarop de rechtbank eiser op 29 april 2026 heeft verzocht deze alsnog binnen vijf werkdagen in te dienen. Eiser heeft hieraan geen gehoor gegeven. Vervolgens is op 8 mei 2026 gevraagd of er een verschoonbare reden was voor het niet herstellen van het verzuim. De gemachtigde van eiser gaf aan dat pogingen om de gronden digitaal in te dienen niet succesvol waren, maar er is geen storing vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat het verzuim niet verschoonbaar is omdat geen sprake is van een systeemfout of onmogelijkheid om te reageren. Het risico van het niet onderkennen van de notificatie ligt bij eiser. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en geen verschoonbare reden voor het verzuim.