ECLI:NL:RBDHA:2026:18004
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag door steken met mes in buik
Op 8 januari 2024 stak de verdachte het slachtoffer met een mes van ongeveer 7-8 centimeter in de buik, wat een steekwond veroorzaakte die een kijkoperatie noodzakelijk maakte. Het slachtoffer verklaarde consistent en gedetailleerd over het incident, wat door de rechtbank als overtuigend bewijs werd beschouwd. De verdediging voerde vrijspraak aan of een lagere kwalificatie, maar dit werd verworpen.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer, omdat het steken met kracht en het risico op dodelijke schade aan organen bewust werd aanvaard. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd afgewezen omdat er geen sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het strafblad van de verdachte, het reclasseringsadvies en de persoonlijke omstandigheden, waaronder het feit dat de verdachte niet meer als tandarts kan werken door het incident. Gezien de ernst werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest. De rechtbank constateerde een overschrijding van de redelijke termijn, maar verminderde de straf niet verder.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor poging tot doodslag door steken met mes in de buik.