ECLI:NL:RBDHA:2026:17776
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van bezwaren tegen terugvorderingen NOW-regelingen bevestigd
Eiseres maakte bezwaar tegen vijf besluiten van het UWV waarin terugvorderingen werden opgelegd voor voorschotten ontvangen onder de NOW-regelingen (NOW-1, NOW-2 en NOW-3). Het UWV verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk omdat deze te laat waren ingediend. Eiseres stelde dat haar boekhouder de bezwaarschriften tijdig online had ingediend, maar kon dit niet onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaartermijn van zes weken was overschreden en dat eiseres geen bijzondere omstandigheden had gesteld die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. De rechtbank verwees naar recente jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven over de beoordeling van termijnoverschrijdingen en benadrukte dat eiseres zelf verantwoordelijk is voor tijdige indiening, ook als de boekhouder tekortschiet.
De rechtbank concludeerde dat het UWV de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaarde de beroepen ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald. De uitspraak is gedaan door rechter M.P. Verloop op 1 juli 2026.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaren tegen de terugvorderingen NOW zijn ongegrond verklaard.