Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser, en
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
paragraaf 5.2 Risico’s bij terugkeer [20] . Eisers wijzen erop dat er verschillende bronnen zijn geraadpleegd en dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen gedwongen en vrijwillige terugkeer. Onder het kopje ‘gedwongen terugkeer’ [21] staat vermeld dat Amnesty International aangaf dat de Eritrese autoriteiten het verzoeken om asiel in het buitenland, als een vorm van landverraad beschouwden die bestraft moest worden. Ook wijzen eisers op het kopje
vrijwillige terugkeer’ [22] waar staat vermeld dat de willekeur en inconsistentie die het handelen van de Eritrese autoriteiten kenmerkten, en ervoor konden zorgen dat ook het bezitten van een diasporastatus of seven year card de terugkeerder niet volledig verzekerde van een ongehinderd verblijf en bij terugkeer problemen kunnen krijgen. In het geval eisers, die asiel hebben aangevraagd, wijzen eisers op
paragraaf 5.2.3, waar het volgende staat vermeld: “Ook terugkeer naar Eritrea na een legale uitreis vrijwaarde de terugkeerder overigens niet van problemen, tekende [naam] op. Als de migrant na legale uitreis in het buitenland asiel had aangevraagd, was dit bijvoorbeeld een duidelijke risicofactor (zie ook
paragraaf 5.2.1)”.