Uitspraak
Gezag
Beschikking op het op 20 december 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
Beoordeling
5 februari 2026.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 28 mei 2026 een definitieve beslissing genomen op het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind toe te wijzen. Dit volgde nadat de vader het kind op 31 maart 2026 had erkend, waarmee aan de formele vereiste voor gezagsuitoefening was voldaan.
Eerder, op 5 februari 2026, had de rechtbank vervangende toestemming verleend voor de erkenning en de beslissing over het gezag pro forma aangehouden. Na ontvangst van de erkenningsakte op 12 mei 2026 kon de rechtbank nu definitief op het verzoek beslissen.
De rechtbank bepaalde dat de vader voortaan mede het gezag over de minderjarige zal uitoefenen, conform de eerdere overwegingen. Tevens werd de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard en werd bepaald dat iedere ouder zijn eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe en bepaalt dat hij voortaan mede het gezag over de minderjarige zal uitoefenen.