ECLI:NL:RBDHA:2026:17452

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/09/677799 / FA RK 24-9227
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag na erkenning minderjarige door vader

De rechtbank Den Haag heeft op 28 mei 2026 een definitieve beslissing genomen op het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind toe te wijzen. Dit volgde nadat de vader het kind op 31 maart 2026 had erkend, waarmee aan de formele vereiste voor gezagsuitoefening was voldaan.

Eerder, op 5 februari 2026, had de rechtbank vervangende toestemming verleend voor de erkenning en de beslissing over het gezag pro forma aangehouden. Na ontvangst van de erkenningsakte op 12 mei 2026 kon de rechtbank nu definitief op het verzoek beslissen.

De rechtbank bepaalde dat de vader voortaan mede het gezag over de minderjarige zal uitoefenen, conform de eerdere overwegingen. Tevens werd de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard en werd bepaald dat iedere ouder zijn eigen proceskosten draagt.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe en bepaalt dat hij voortaan mede het gezag over de minderjarige zal uitoefenen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-9227
Zaaknummer: C/09/677799
Datum beschikking: 28 mei 2026

Gezag

Beschikking op het op 20 december 2024 ingekomen verzoekschrift van:

[de vader] ,

de man, hierna: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.W. den Hoek in Leiden.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.F.D.P. de Milliano in Katwijk.

Procedure

Bij beschikking van 5 februari 2026 van deze rechtbank – voor zover hier relevant – is aan de vader vervangende toestemming verleend om [de minderjarige] te erkennen en is iedere verdere beslissing over het gezag en de proceskosten pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook van het bericht van 12 mei 2026 van de vader, met bijlage.

Beoordeling

Zoals is overwogen in de beschikking van 5 februari 2026 kan de rechtbank pas definitief op het verzoek tot gezamenlijk gezag beslissen nadat de erkenning van [de minderjarige] door de vader tot stand is gebracht. Uit de op 12 mei 2026 door de vader overgelegde akte van erkenning blijkt dat de vader [de minderjarige] heeft erkend op 31 maart 2026. Dit betekent dat de rechtbank nu definitief op het verzoek tot gezamenlijk gezag kan beslissen, in die zin dat het verzoek van de vader om te bepalen dat de ouders gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] zullen uitoefenen zal worden toegewezen, conform dat wat hierover reeds is overwogen in de beschikking van
5 februari 2026.
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan aan de vader, [de vader] , geboren op [geboortedatum 1] 1982 in [geboorteplaats 1] , mede het gezag zal toekomen over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats 2] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere ouder de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. S. Sluijmer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 28 mei 2026.