Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
ge en Rijswijk, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [aangever 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door die [aangever 1] in de auto te duwen en in te sluiten, en tegen de achterbank te drukken en te beletten dat die [aangever 1] de auto kon verlaten en een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op de knie
te richtenen
ophet hoofd van die [aangever 1] te zetten;
dieaan die [aangever 1] toebehoorden, door aan die [aangever 1] een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) te tonen en tegen het hoofd van die [aangever 1] te zetten, en tegen die [aangever 1] te zeggen "Geef je telefoon, pinpas, huissleutels en sigaretten" en/of "Maak je zakken leeg", althans woorden van gelijke strekking;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straffen
60 uren, subsidiair 30 dagen jeugddetentie, gevorderd.
7.De vordering van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
- dagvaarding 1 met parketnummer 09-131355-24 onder feit 1, feit 2 en feit 3;
- dagvaarding 2 met parketnummer 09-219014-25;
jeugddetentievoor de duur van
120 (HONDERDTWINTIG) DAGEN;
44 dagen), bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
76 (ZESENZEVENTIG) DAGENniet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit een
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van
60 (ZESTIG) UREN;
30 (DERTIG) DAGEN;
[aangever 1]hoofdelijk toe tot een bedrag van € 450,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij [aangever 1] , een bedrag van € 450,-, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf
24 februari 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
[aangever 2]gedeeltelijk en hoofdelijk toe tot een bedrag van € 341,92 en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij [aangever 2] , een bedrag van € 341,92, bestaande uit € 91,92 aan materiële schade en € 250,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 maart 2025 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;