3.1.Ter onderbouwing hebben eiseres en referent inschrijfbewijzen opgestuurd van de universiteit waar zij elkaar hebben leren kennen en een e-mail van de universiteit in Turkije waarin de aanvraag van eiseres voor een beurs wordt afgewezen. Daarnaast hebben zij zes getuigenverklaringen opgestuurd die bevestigen dat zij getrouwd zijn en hebben samengewoond bij de ouders van referent. Ook hebben zij screenshots en vertalingen opgestuurd van (video)telefoongesprekken en WhatsApp-berichten van 2021 tot 2025.
4. Om in aanmerking te komen voor nareis, dienen eiseres en referent aan verschillende voorwaarden te voldoen. Eén van deze voorwaarden is dat er sprake is van een feitelijke gezinsband. Dit komt erop neer dat echtgenoten naast een formele huwelijksakte aannemelijk moeten maken dat zij ook daadwerkelijk invulling geven aan hun huwelijk. De minister kijkt voor de beoordeling hiervan naar factoren zoals samenwoning, het voeren van een gezamenlijke huishouding, het hebben van kinderen, en wederzijdse afhankelijkheid op financieel, emotioneel of praktisch gebied.Het peilmoment voor deze beoordeling is het moment waarop referent Nederland is binnengekomen, 1 november 2021.
5. Volgens de minister hebben eiseres en referent niet aannemelijk gemaakt dat op 1 november 2021 sprake was van een feitelijke gezinsband. De minister gelooft wel dat eiseres en referent in 2018 in Jemen zijn getrouwd, maar daarna hebben zij vrijwel het gehele huwelijk op afstand van elkaar geleefd. Volgens de minister is niet aannemelijk gemaakt dat eiseres en referent op het peilmoment een duurzame relatie met elkaar onderhielden.
6. Hiervoor acht de minister van belang dat het contact in Jemen tijdens de studie oppervlakkig was en vooral op de studie zag. Uit de verklaringen van eiseres en referent blijkt weliswaar dat zij een relatie hadden en later zijn gehuwd, maar niet dat zij toen reeds als echtgenoten samenleefden. Verder is volgens de minister van belang dat referent in zijn asielprocedure, op het aanvraagformulier voor nareis en in reactie op de herstelverzuimbrief van 30 november 2023 steeds heeft verklaard dat hij nooit met eiseres heeft samengewoond. Ook hebben eiseres en referent geen gezamenlijke huishouding gevoerd en is niet gebleken dat zij afhankelijk van elkaar waren. De overgelegde getuigenverklaringen die wel noemen dat sprake is geweest van samenwoning bij de ouders van referent zijn niet objectief verifieerbaar. Daarbij zou één maand samenwoning volgens de minister onvoldoende zijn om wel een feitelijke gezinsband aan te nemen. Voorts werpt de minister tegen dat referent en eiseres gehuwd zijn terwijl zij wisten dat eiseres naar Bangladesh zou vertrekken om te studeren. Uit de eigen verklaringen van referent volgt dat het huwelijk mede was gericht op het vergemakkelijken van een latere gezinshereniging. Verder stelt de minister dat de overgelegde screenshots van telefoongesprekken en videogesprekken bijna allemaal zien op de periode van na de inreis van referent in Nederland. Slechts enkele gesprekken zijn van daarvóór, maar die zien maar op een korte periode. Kort na het huwelijk hebben partijen hun leven gescheiden voortgezet zonder ooit te hebben samengewoond. Dit beperkte contact is volgens de minister onvoldoende om een feitelijke gezinsband aan te nemen. Volgens de minister is nareis bedoeld om een gezinssituatie in het land van herkomst na een gedwongen scheiding te herstellen, terwijl hier sprake is van een gekozen scheiding.
7. Eiseres voert aan dat er wel sprake was van een feitelijke gezinsband op het peilmoment. Hiertoe voert zij aan dat de minister ten onrechte tegenwerpt dat het contact aanvankelijk oppervlakkig was, aangezien het in de Jemenitische cultuur niet gebruikelijk is dat ongetrouwde stellen met elkaar buiten afspreken of gaan samenwonen. Ze hadden wel contact met elkaar via sociale media en telefoon. Ook wisten de ouders van eiseres sinds begin 2017 af van hun relatie. Dat zij vervolgens in 2018 daadwerkelijk zijn getrouwd, geeft wel degelijk blijk van een serieuze duurzame relatie. Voorts stelt eiseres dat zij en referent wel degelijk hebben samengewoond, namelijk bij eisers ouders. Dit wordt bevestigd door de getuigenverklaringen. Bovendien is eiseres na haar verblijf in Bangladesh teruggekeerd naar Jemen waar zij bij de ouders van referent weer ging inwonen en niet in haar ouderlijk huis. Er is dan ook sprake geweest van een gezamenlijke financiële huishouding. Ook heeft eiseres anders dan de minister stelt juist verklaard dat zij ook getrouwd zou zijn als ze niet was geaccepteerd door de universiteit in Bangladesh. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres niet het voordeel van de twijfel verdient gelet op het samenhang van overgelegde documenten en verklaringen. Eiseres verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2022.
Heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat ten tijde van het peilmoment sprake was van een feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent?
8. De rechtbank overweegt dat het Hofin de arresten van 1 augustus 2022, SW, BL en BC, en XC, de beoordeling van het werkelijk gezinsleven in de zin van artikel 16, eerste lid. aanhef en onder b, van de Gezinsherenigingsrichtlijn heeft uiteengezet. Uit het arrest XC volgt dat er voor het bestaan van een werkelijk gezinsleven moet worden vastgesteld of er daadwerkelijk sprake is van een gezinsband of van de wil om een dergelijke band te creëren of te behouden. Zo kan het feit dat de betrokkenen voornemens zijn om elkaar, voor zover mogelijk, af en toe te bezoeken en om regelmatige contacten van welke aard ook te onderhouden – met name gelet op de feitelijke omstandigheden die de situatie van de betrokkenen kenmerken – volstaan om aan te nemen dat zij persoonlijke en affectieve betrekkingen aan het herstellen zijn en om aannemelijk te maken dat er sprake is van werkelijk gezinsleven.