Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De feiten
MARRIAGE DEED
IN AANMERKING NEMENDE DAT:
Akte van Religieuze Echtscheiding
3.Het geschil
4.De beoordeling
sui generis(een eigensoortige rechtsfiguur), die niet valt binnen één van de bestaande IPR-verwijzingscategorieën, zoals alimentatie of huwelijksvermogensrecht. Omdat de bruidsgave onlosmakelijk met het huwelijk verbonden is, ligt inbedding in het huwelijksrecht voor de hand. [3] De rechtbank gaat er daarom vanuit dat op de bruidsgave het recht van toepassing is volgens welke het huwelijk is gesloten. In dit geval is dat Iraans recht. De vordering van de vrouw tot betaling van de bruidsgave wordt daarom beoordeeld naar Iraans recht. Deze uitkomst strookt met de basisgedachte binnen het conflictenrecht om een rechtsverhouding onder te brengen bij het recht dat het nauwst is betrokken bij die rechtsverhouding.