Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Bulgaarse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 29 november 2025 een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 21 januari 2026 opgeheven, waarna de rechtbank het onderzoek sloot zonder zitting.
De rechtbank toetste of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was. Eiser stelde dat de overheid onvoldoende voortvarend had gehandeld, omdat hij op 8 januari 2026 was gepresenteerd bij de Bulgaarse autoriteiten en direct uitgezet had moeten worden. De rechtbank oordeelde echter dat de overheid voldoende voortvarend had gehandeld, gezien de bevestiging van de nationaliteit, de aanvraag van de vlucht op 15 januari en de daadwerkelijke uitzetting op 21 januari 2026.
Daarnaast was sprake van een tijdelijke foutieve status van eiser als 'niet verwijderbaar' vanwege een bezwaarprocedure, die op 13 januari 2026 werd hersteld. De ambtshalve toetsing leidde niet tot een oordeel van onrechtmatigheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.