Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
N. Mekenkamp, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser verbleef sinds 24 januari 2026 in bewaring, aanvankelijk op grond van artikel 59b Vreemdelingenwet 2000 en vanaf 25 maart 2026 op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf het moment van omzetting naar artikel 59.
De rechtbank overwoog dat verweerder niet gehouden was tot voortvarende uitzettingshandelingen tijdens de periode van artikel 59b-bewaring, maar wel vanaf 25 maart 2026. Uit de voortgangsrapportage bleek dat verweerder tijdig een laissez-passer had aangevraagd bij de Indiase autoriteiten en regelmatig navraag deed over de voortgang. Eiser verscheen niet bij een geplande presentatie en werkte onvoldoende mee aan het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit.
Gezien de inspanningen van verweerder en het gebrek aan medewerking van eiser, concludeerde de rechtbank dat het voortduren van de maatregel rechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.