ECLI:NL:RVS:2019:3139
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring wegens termijnoverschrijding
Bij besluit van 5 juni 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval de opheffing van de bewaring, daarbij oordelend dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de behandeling van de asielaanvraag.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend was, omdat deze alleen gebonden is aan een termijn van maximaal zes weken voor de bewaring, zoals gesteld in artikel 59b, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Er werd geen aanleiding gezien om prejudiciële vragen te stellen over de toepasselijkheid van de Opvangrichtlijn.
De uitspraak bevestigt de wettelijke termijn van zes weken voor vreemdelingenbewaring en benadrukt dat het enkele feit dat nog niet bekend was wanneer de vreemdeling zou worden gehoord, niet betekent dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.