ECLI:NL:RBDHA:2026:17155
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis dochters wegens onvoldoende bewijs familierechtelijke relatie
Eiseressen, dochters van een in Nederland verblijvende moeder met een verblijfsvergunning asiel, vroegen machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) aan in het kader van nareis. De minister wees deze aanvragen af omdat de identiteit en de familierechtelijke relatie met de moeder en de achterblijvende vader niet aannemelijk waren gemaakt met de overgelegde documenten. Tevens was de vader niet beschikbaar om een toestemmingsverklaring te ondertekenen.
De minister bood DNA-onderzoek aan om de relatie vast te stellen, maar dit kon niet plaatsvinden omdat de vader in Eritrea verbleef en niet kon uitreizen naar de diplomatieke post in Ethiopië. Eiseressen voerden aan dat de minister ten onrechte de documenten niet positief heeft meegewogen, onvoldoende alternatieven bood en de hoorplicht schond.
De rechtbank oordeelde dat de minister conform beleid handelde, dat geboorte- en doopaktes onvoldoende bewijs vormen voor identiteit en familierechtelijke relatie, en dat het ontbreken van medewerking van de vader voor risico van eiseressen komt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en schending van de hoorplicht faalde. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvragen mvv terecht afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvragen wegens onvoldoende bewijs van identiteit en familierechtelijke relatie.