ECLI:NL:RBDHA:2026:17088
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betwist niet dat Litouwen de verantwoordelijke lidstaat is, maar stelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet is toegepast om de aanvraag toch in Nederland te behandelen.
Eiser voert aan dat hij zich in Litouwen niet veilig voelt vanwege bedreigingen en zijn seksuele geaardheid, en dat deze omstandigheden onvoldoende zijn meegewogen. De rechtbank oordeelt dat eiser geen bijzondere individuele omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt die toepassing van artikel 17 rechtvaardigen Pro. De minister heeft de discretionaire bevoegdheid om terughoudend te zijn en heeft dit naar redelijkheid gedaan.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bevestigd dat de omstandigheden die in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel zijn betrokken, niet opnieuw hoeven te worden beoordeeld bij artikel 17. De bedreigingen die eiser via WhatsApp ontving, zijn onvoldoende om aan te nemen dat Litouwen hem niet kan of wil beschermen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter D. Biever.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.