ECLI:NL:RBDHA:2026:17075
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.G. Noordhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende bewijs familiebezoek
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf in Nederland, welke door de minister van Buitenlandse Zaken is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het verblijfsdoel, namelijk familiebezoek. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen deze afwijzing en komt tot het oordeel dat eiseres het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond.
De rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende objectief verifieerbare bewijsstukken heeft overgelegd die het bestaan van de beoogde familieband aantonen. Ondanks de overgelegde documenten, waaronder een verklaring van garantstelling en geboorteaktes, ontbreekt het bewijs van een gemeenschappelijke voorouder. Eiseres heeft ook niet concreet kunnen aangeven welke aanvullende documenten zij nog zou kunnen overleggen.
Verder oordeelt de rechtbank dat het horen van eiseres in bezwaar niet noodzakelijk was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Ook is geen recht op betaling van een dwangsom, omdat het bezwaar kansloos was. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de visumaanvraag in stand blijft.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de visumaanvraag wegens onvoldoende bewijs van het verblijfsdoel familiebezoek.