ECLI:NL:RBDHA:2026:17062
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de verantwoordelijkheid van Frankrijk voor de aanvraag.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. Uit een brief van de minister blijkt dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met de gemachtigde. De gemachtigde bevestigde dat hij geen contact meer heeft met eiser en liet de beoordeling van het procesbelang aan de rechtbank over.
Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, tenzij hij nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Gezien het ontbreken van contact concludeert de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij het besluit niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en griffier N. Wetterauw op 24 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.