Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [v-nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
S.E.M. Pot, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Colombiaanse moeder van een tweeling met de Nederlandse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van haar afgeleide verblijfsrecht in Nederland. De tweeling is geboren met een schisis en ondergaat sinds hun geboorte specialistische medische behandelingen in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat de tweeling meerderjarig was en er volgens hem geen zodanige afhankelijkheidsrelatie bestond als bedoeld in het arrest K.A., noch was er aanleiding voor verblijf op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er geen uitzonderlijke situatie is en dat de medische en persoonlijke omstandigheden van eiseres en haar kinderen onvoldoende in samenhang zijn beoordeeld. De zorgintensiteit en afhankelijkheid van de tweeling van eiseres zijn zodanig dat zij niet van elkaar gescheiden kunnen worden zonder ernstige gevolgen.
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro onjuist is gemaakt. De minister heeft onvoldoende gewicht toegekend aan het gezinsleven en de medische noodzaak, en heeft het economische belang van de Nederlandse Staat ten onrechte zwaarder laten wegen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit, herroept het primaire besluit en draagt de minister op het gevraagde document binnen zes weken af te geven.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van de minister en beveelt afgifte van het gevraagde verblijfsdocument binnen zes weken.