Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16908

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
NL26.984
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming van asielzoekster

Eiseres, van Burundese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank besloot de zaak zonder zitting af te doen, aangezien partijen hiermee instemden.

De minister meldde dat eiseres op 5 maart 2026 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers was geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken (MOB). De gemachtigde van eiseres gaf aan geen contact meer met haar te hebben en niet te weten waar zij verblijft.

Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder kennisgeving vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming. Omdat eiseres geen contact meer onderhoudt, heeft zij geen rechtens te beschermen belang meer bij haar beroep. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en ging niet in op de inhoudelijke gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard omdat zij met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.984

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.W. IJland),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. C. Kelderman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de minister van 3 januari 2026. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Burundese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2005. Bij het bestreden besluit heeft de minister de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat eiseres geen procesbelang meer heeft bij haar beroep. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. De minister heeft in een bericht van 11 maart 2026 aan de rechtbank laten weten dat eiseres op (in ieder geval) 5 maart 2026 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geregistreerd als: met onbekende bestemming vertrokken (MOB). Naar aanleiding daarvan heeft de rechtbank de gemachtigde van eiseres verzocht om kenbaar te maken wanneer hij voor het laatst contact had met eiseres. De gemachtigde heeft op 24 maart 2026 bericht dat hij geen contact meer heeft met eiseres en dat hem niet bekend is waar eiseres verblijft en of haar verblijfplaats nog in Nederland is.
4. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat wanneer een vreemdeling die in Nederland internationale bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Op basis van een MOB-melding mag het beroep dan niet-ontvankelijk worden verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Dit is anders als een vreemdeling na die melding nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt, en dus kan worden aangenomen dat hij nog prijs stelt op bescherming in Nederland. [2]
5. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden en gezien de aangeleverde informatie van de gemachtigde van eiseres inhoudende dat hij geen contact met eiseres heeft, neemt de rechtbank aan dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en dat zij geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiseres heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van het bestreden besluit.
6. Het beroep is gezien het voorgaande niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
3 april 2026
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Dit volgt onder meer uit de Afdelingsuitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.