ECLI:NL:RBDHA:2026:16906
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksualiteit en onvoldoende risico bekering
Eiser, een Pakistaanse man die zich als homoseksueel en bekeerd tot het sjiisme presenteert, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielmotief homoseksualiteit en onvoldoende risico op vervolging vanwege bekering.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister het referentiekader van eiser voldoende had meegewogen. De verklaringen van eiser over zijn seksuele gerichtheid waren oppervlakkig, tegenstrijdig en onvoldoende persoonlijk toegelicht. Ook de medische verklaring en het verzoekschrift van zijn ex-vrouw werden als onvoldoende bewijs beoordeeld.
De rechtbank vond dat de minister terecht oordeelde dat het asielmotief homoseksualiteit ongeloofwaardig was. Daarnaast werd het risico op vervolging vanwege bekering niet aannemelijk geacht, mede op basis van het ambtsbericht Pakistan 2024. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het asielmotief homoseksualiteit en onvoldoende aannemelijk gemaakt risico vanwege bekering.