ECLI:NL:RBDHA:2026:169
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens gevaar voor openbare orde
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn partner in Nederland te verblijven. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen op grond van een eerdere veroordeling van eiser voor diefstal door twee of meer verenigde personen, waardoor hij een gevaar voor de openbare orde zou vormen.
Eiser betoogt dat hij zijn straf heeft uitgezeten, geen recidive heeft gepleegd en zijn leven heeft gebeterd, en dat de afwijzing in strijd is met zijn recht op gezins- en familieleven. Ook stelt hij dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn individuele omstandigheden en dat er sprake is van een objectieve belemmering voor zijn partner om het gezinsleven in Suriname uit te oefenen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het beleid omtrent openbare orde correct heeft toegepast en dat de termijn van vijf jaar sinds het definitief worden van het vonnis nog niet is verstreken. Verweerder heeft alle relevante omstandigheden betrokken, maar mocht van zijn beleid niet afwijken. De belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro is zorgvuldig gemaakt, waarbij de aard en ernst van het misdrijf zijn meegewogen. Er is geen sprake van een objectieve belemmering voor het gezinsleven in Suriname.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van de mvv-aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wegens gevaar voor de openbare orde.