ECLI:NL:RBDHA:2026:16886
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de minister was opgedragen binnen acht weken te beslissen, maar constateert dat dit niet is gebeurd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ook zonder ingebrekestelling, vanwege de uitdrukkelijke termijn in de eerdere uitspraak. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk is wanneer alsnog een besluit wordt genomen. Daarom legt de rechtbank een termijn van twee weken op waarbinnen de minister moet beslissen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000, conform het beleid van de rechtbank. De rechtbank wijst erop dat de eerder door de bestuursrechter vastgestelde bestuurlijke dwangsom niet via deze procedure kan worden afgedwongen. Tot slot krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €467 en wordt het griffierecht vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt de minister een termijn en dwangsom op om alsnog te beslissen op de aanvraag.