ECLI:NL:RBDHA:2026:16885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
De asielzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
De asielzoeker is geregistreerd als zelfstandig vertrokken uit Nederland met onbekende bestemming en heeft sindsdien geen contact meer met zijn gemachtigde. Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een asielzoeker die zonder bericht vertrekt en geen contact onderhoudt geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland.
De rechtbank concludeert dat de asielzoeker geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep tegen het besluit van 17 maart 2026. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en doet geen inhoudelijke uitspraak over de asielaanvraag.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.N. Abdoelkadir en griffier J. Dommerholt. De asielzoeker kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan procesbelang.