ECLI:NL:RBDHA:2026:16869
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.G. Noordhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Portugal volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juni 2026 behandeld en beoordeelt of de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser stelde dat er tekortkomingen zijn in de Portugese asielprocedure en opvang, en dat hij risico loopt op indirect refoulement naar Angola. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende feiten of objectieve gegevens heeft overgelegd die een reëel risico op schending van artikel 4 van Pro het Handvest aantonen.
Verder is vastgesteld dat Portugal het verzoek tot overname heeft aanvaard en dat eiser de mogelijkheid heeft klachten in te dienen bij Portugese autoriteiten. De minister hoefde geen medisch onderzoek te gelasten omdat eiser geen medische documenten overlegde. Ook is de discretionaire bevoegdheid van de minister om de aanvraag aan zich te trekken niet onjuist toegepast.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het besluit van de minister. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.