ECLI:NL:RBDHA:2026:16867
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.C.L.J. Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na vertrek asielzoeker
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag. De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 29 april 2026, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren.
Na sluiting van het onderzoek ontving de rechtbank op 6 mei 2026 een bericht van de minister dat eiser op 24 april 2026 met onbekende bestemming was vertrokken. De rechtbank heropende daarop het onderzoek en verzocht de gemachtigde van eiser om aan te geven of er nog contact was en of procesbelang bestond. Geen van de partijen wenste een nadere zitting.
De rechtbank concludeert dat eiser geen procesbelang meer heeft omdat hij niet langer prijs stelt op asiel in Nederland, gelet op het vertrek met onbekende bestemming en het ontbreken van recent contact met zijn gemachtigde. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.