ECLI:NL:RBDHA:2026:16862
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep verblijfsvergunning asiel wegens Dublin-onderzoek
Opposant had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had op 11 mei 2026 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij oordeelde dat de beslistermijn nog niet was verstreken vanwege een Dublin-onderzoek.
Opposant ging in verzet tegen deze uitspraak en stelde dat het Dublin-onderzoek niet juist was toegepast, omdat het slechts ging om een leeftijdsvaststelling en geen verdere handelingen die de beslistermijn opschorten. De rechtbank oordeelde dat het niet zonder meer vaststond dat de beslistermijn later was aangevangen en dat de zaak niet zonder zitting had mogen worden afgedaan.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en hervatte het onderzoek in de stand van voor de niet-ontvankelijkverklaring. Er werd nog geen inhoudelijke beslissing genomen over het beroep zelf of de proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd, waarna het onderzoek wordt hervat.