In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 14 juli 2023. Eerder had de rechtbank Zwolle al geoordeeld dat de minister binnen acht weken een besluit moest nemen en een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding moest betalen, met een maximum van €15.000.
De minister heeft ook na deze uitspraak niet binnen de gestelde termijn beslist, waarop eiser een tweede beroep instelde. De rechtbank Den Haag oordeelt dat dit beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank legt opnieuw een beslistermijn van acht weken op, ingaande de dag na deze uitspraak, en bevestigt de dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000.
De rechtbank verwijst naar de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het ‘8+8 wekenmodel’ en stelt dat bij overschrijding van de bovengrens van 21 maanden een kortere termijn passend is. De rechtbank ziet geen reden om de dwangsom te verhogen ondanks het eerdere uitblijven van een besluit.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van het opvolgende beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.