De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 19 mei 2026 een beschikking gegeven waarin een minderjarige voorlopig onder toezicht wordt gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp wordt verleend. Dit besluit volgt op een eerdere beschikking van 8 mei 2026 en is genomen vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling en veiligheid van de minderjarige.
De gecertificeerde instelling heeft gemotiveerd dat de minderjarige al lange tijd niet naar school gaat, een belaste voorgeschiedenis heeft en recentelijk agressief gedrag vertoonde dat de veiligheid van zichzelf en anderen bedreigt. Een gesloten plaatsing is noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen en de minderjarige tot rust te laten komen, zodat passende hulpverlening kan worden ingezet.
De minderjarige en zijn moeder hebben ingestemd met het verzoek. Tijdens de zitting met gesloten deuren heeft de kinderrechter de minderjarige gehoord en samengevat wat hij heeft verteld. De kinderrechter concludeert dat aan de voorwaarden voor voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn.
De beschikking geldt van 21 mei 2026 tot 8 augustus 2026 en is uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing wordt geregistreerd in het gezagsregister. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na kennisname.