Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker, en
[naam], V-nummer: [nummer], verzoekster
[naam], geboren op [datum],
[naam], geboren op [datum],
[naam], geboren op [datum]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat zij worden overgedragen aan Spanje, omdat zij bezwaar maken tegen de niet-ontvankelijkverklaring van hun asielaanvragen in Nederland. De minister had deze aanvragen niet-ontvankelijk verklaard omdat Spanje reeds internationale bescherming aan hen verleent.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er wel sprake is van een spoedeisend belang vanwege de geplande overdracht op 18 juni 2026. Echter, het beroep van verzoekers heeft geen redelijke kans van slagen. Verzoekers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Spanje zijn internationale verplichtingen jegens hen niet zal nakomen of dat zij bij terugkeer een reële kans lopen op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
De verwijzing naar het AIDA-rapport en de gezinssituatie van verzoekers overtuigt niet dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de overdracht aan Spanje kan plaatsvinden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht aan Spanje wordt afgewezen, waardoor overdracht kan plaatsvinden.