Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 14 november 2024 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 615.6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 30 april 2025 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 101 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 30 april 2025 te Rotterdam een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een machinepistool, van het merk CZ Scorpion, type Vz 61, kaliber 7.65mm zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren en/of (bijbehorende) munitie van categorie III van de wet wapens en munitie, te weten kogelpatronen, van het merk S&B, kaliber 7.65mm voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 30 april 2025 te Rotterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten pistool, van het merk Glock, type model 26, kaliber 9mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of (bijbehorende) munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten kogelpatronen van het merk MXT, kaliber 9mm en/of (bijbehorende) onderdeel/hulpstuk van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een patroonmagazijn van het merk Pmag, kaliber 9mm, met een opslagcapaciteit van 50 kogelpatronen, voorhanden heeft gehad.
3.De bewijsbeslissing
hij op 14 november 2024 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad 615
,6 gram heroïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op 30 april 2025 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 101 kilogram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op 30 april 2025 te Rotterdam een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een machinepistool, van het merk CZ Scorpion, type Vz 61, kaliber 7.65mm
,zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren en bijbehorende munitie van categorie III van de wet wapens en munitie, te weten kogelpatronen, van het merk S&B, kaliber 7.65mm
,voorhanden heeft gehad;
hij op 30 april 2025 te Rotterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
eenpistool, van het merk Glock, type model 26, kaliber 9mm
,zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en bijbehorende munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten kogelpatronen van het merk MXT, kaliber 9mm
,en
eenbijbehorend hulpstuk van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een patroonmagazijn van het merk Pmag, kaliber 9mm, met een opslagcapaciteit van 50 kogelpatronen, voorhanden heeft gehad.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8. De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
66 (ZESENZESTIG) MAANDEN;