Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 29 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit werd bevestigd door het visum dat Frankrijk aan eiser had verleend en de acceptatie van het overdrachtsverzoek door Frankrijk op 30 januari 2026.
Eiser voerde aan dat het Dublingehoor onvoldoende onderzoek deed naar zijn persoonlijke en medische omstandigheden, met name zijn depressieve klachten. De rechtbank oordeelde dat het gehoor voldoende gelegenheid bood om relevante omstandigheden te bespreken, inclusief de medische situatie, en dat eiser geen aanvullingen na het gehoor heeft ingediend. Ook het gebruik van een standaardvoornemen werd niet als onzorgvuldig beoordeeld, aangezien alle relevante overwegingen waren opgenomen en eiser de mogelijkheid had om te reageren.
Ten aanzien van de medische situatie stelde eiser dat overdracht aan Frankrijk een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren vanwege ernstige psychische klachten en suïcidale gedachten. De rechtbank stelde dat eiser niet met objectieve medische stukken had aangetoond dat overdracht tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang zou leiden. De medicatie sloeg goed aan en de medische voorzieningen in Frankrijk worden geacht vergelijkbaar en toegankelijk te zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.