ECLI:NL:RBDHA:2026:16287

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
698836
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:83 BWArt. 6:95 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst en terugbetalingsverplichting na niet-levering voertuig

In deze verzetzaak stond de ontbinding van een koopovereenkomst tussen Autocavy Trading B.V. (koper) en SPA Messebau GmbH (verkoper) centraal. Koper had een Mercedes-Benz G 400 d gekocht, maar verkoper leverde het voertuig niet. Koper ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk en vorderde terugbetaling van de koopsom en schadevergoeding.

De rechtbank oordeelde dat de ontbinding rechtsgeldig was, omdat verkoper tekortgeschoten was in haar leveringsverplichting en niet bereid was te leveren zonder een extra betaling. Een nieuw aanbod van verkoper werd niet aanvaard, zodat geen nieuwe overeenkomst tot stand kwam. De koopprijs was €149.000,-, waarvan €134.000,- via bankoverschrijving was betaald en €15.000,- contant werd betwist.

Koper had €119.000,- terugontvangen, maar de rechtbank stelde vast dat de contante betaling onvoldoende was onderbouwd. Daarom werd verkoper veroordeeld tot terugbetaling van €15.000,- met wettelijke rente. De vordering tot schadevergoeding wegens gederfde winst werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder werd verworpen wegens gebrek aan ernstig verwijt. De proceskosten werden aan verkoper opgelegd.

Het verstekvonnis werd vernietigd en de verzetvordering van verkoper werd afgewezen, waarmee de ontbinding en terugbetaling werden bevestigd.

Uitkomst: De koopovereenkomst is ontbonden en verkoper is veroordeeld tot terugbetaling van €15.000,- met wettelijke rente, terwijl persoonlijke aansprakelijkheid en schadevergoeding zijn afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaak- / rolnummer: C/09/698836 / HA ZA 26-135
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
SPA MESSEBAU GMBHte Hürth, Duitsland,
2.
[eiseressen sub 2]te [woonplaats], [land],
eiseressen in het verzet (oorspronkelijk gedaagden), opposanten,
hierna samen te noemen: ‘[eiseressen]’ en afzonderlijk ‘Verkoper’ en ‘[eiseressen sub 2]’,
advocaat: mr. J.W. Bitter,
tegen
AUTOCAVY TRADING B.V.te Den Haag,
gedaagde in het verzet (oorspronkelijk eiseres), geopposeerde,
hierna te noemen: ‘Koper’,
advocaat: mr. P.P.G. Bissessur.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 7 oktober 2024, met producties 1 tot en met 13 (hierna: ‘de inleidende dagvaarding’);
- het verstekvonnis van 12 februari 2025;
- de verzetdagvaarding van 12 december 2025, zonder producties;
- de akte houdende vermeerdering van eis en indiening van een lijst van producties van
4 februari 2026, met producties 1 en 2;
- de antwoordakte tegen vermeerdering van eis van 4 maart 2026, zonder producties.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 mei 2026. De advocaten van partijen hebben de zaak nader toegelicht, vragen van de rechtbank beantwoord en op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Koper is een onderneming gericht op handel in voertuigen. De directeur van Koper is de heer [naam].
2.2.
[eiseressen sub 2] houdt zich onder meer bezig met handel in auto’s en heeft verschillende ondernemingen. Hij is onder meer de eigenaar van SPA Messebau (Verkoper), een onderneming gericht op beursstanden.
2.3.
Koper heeft in juli 2023 een ‘
purchase order’ (hierna: ‘de [bedrijf] Purchase Order’) gestuurd naar een Chinese onderneming – [bedrijf] Co. Ltd. (hierna: ‘[bedrijf]’) – die ertoe strekt dat zij drie voertuigen van het type Mercedes-Benz G 400 d aan [bedrijf] zal leveren voor een prijs van € 160.000,- per stuk.
2.4.
In de periode van 31 juli 2023 tot 1 september 2023 hebben [naam] en [eiseressen sub 2] contact gehad over de koop van een Mercedes-Benz, type G 400 d, met serienummer (VIN) [VIN-nummer] (hierna: ‘het Voertuig’).
2.5.
[naam] en [eiseressen sub 2] hebben via Whatsapp gecorrespondeerd over de (wijze van betaling van de) verkoop(prijs) – deels contant en deels via een bankoverschrijving – en een ‘
purchase order’:
[afbeelding verwijderd i.v.m. privacygevoelige informatie]
2.6.
In de ‘
purchase order’, die door beide partijen is ondertekend (hierna: ‘de Koopovereenkomst’), is een koopprijs opgenomen van € 134.000,-. Op de Koopovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van Koper (hierna: ‘de Algemene Voorwaarden’) van toepassing.
2.7.
In de Algemene Voorwaarden zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:
“Article 1. Definitions
The following definitions will have the following meanings in these general terms and conditions (“General Terms and Conditions of Sale”) unless stated otherwise:

Seller: Shall be Autocavy Trading B.V. or any its affiliated companies, or the seller as specified in the purchase order in question,

Purchaser: shall be the party interested in acquiring goods from the Seller, or the purchaser as specified in the purchase order in question;

Agreement: shall be the purchase order in question between the Seller and Purchaser.
[…]
Article 19. Disputes
[…]
2. Any claim must be submitted by the Purchaser to Seller within 6 months of the existence of the legal claim, irrespective of the possibility of other expiry or period of limitation pursuant to Dutch law. After this period any claim shall be regarded as time-barred.”
2.8.
Op 14 augustus 2023 heeft [naam] het girale deel € 134.000,- van de koopsom overgemaakt naar de bankrekening van Verkoper.
2.9.
Op 16 augustus 2023 hebben partijen onder meer de volgende Whatsappberichten naar elkaar gestuurd:
[afbeelding verwijderd i.v.m. privacygevoelige informatie]
2.10.
Bij brief van 22 augustus 2023 heeft Koper de Koopovereenkomst met Verkoper ontbonden, omdat Verkoper het Voertuig niet aan haar heeft geleverd.
2.11.
Op 25 augustus 2023 heeft Verkoper een bedrag van € 119.000,- terugbetaald aan Koper. Op dezelfde dag heeft Koper [eiseressen] schriftelijk verzocht een aanvullend bedrag van € 30.000,- terug te betalen.
2.12.
Bij verstekvonnis van deze rechtbank (zaak-/rolnummer C/09/678205 HA ZA 25-33) van 12 februari 2025 is de Koopovereenkomst tussen Koper en Verkoper ontbonden en is [eiseressen] hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan Koper van een bedrag van € 30.000,- en € 11.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2023. Daarnaast heeft de rechtbank [eiseressen] veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 4.519,52, vermeerderd met de wettelijke rente.
2.13.
Op 26 januari 2026 heeft Verkoper een bedrag van € 53.630,99, bestaande uit hoofdsom, rente en kosten, overgemaakt naar de bankrekening van Koper.

3.Het geschil

3.1.
De rechtbank heeft naar aanleiding van de inleidende dagvaarding en dat wat ter zitting naar voren is gebracht, begrepen dat Koper vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
I. verklaart voor recht dat de Koopovereenkomst is ontbonden, dan wel de Koopovereenkomst tussen Koper en Verkoper ontbindt;
subsidiair:
II. de Koopovereenkomst tussen Koper en Verkoper vernietigt;
primair en subsidiair:
III. [eiseressen] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan Koper van een bedrag van € 30.000,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 25 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
IV. [eiseressen] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan Koper van een bedrag van € 11.000,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 25 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
V. met hoofdelijke veroordeling van [eiseressen] in de proceskosten, te vermeerderen met rente en kosten.
3.2.
Koper heeft aan haar vorderingen – samengevat – ten grondslag gelegd dat Verkoper tekortgeschoten is in de nakoming van de leveringsverplichting van de Koopovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 6:74 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), op grond waarvan Koper de koopovereenkomst kan ontbinden. Hierdoor ontstaat een ongedaanmakingsverbintenis in de zin van artikel 6:271 BW Pro, op grond waarvan [eiseressen] de door Koper betaalde koopsom moet terugbetalen. Subsidiair is sprake van bedrog, zoals bedoeld in artikel 3:44 lid 3 BW Pro. Als de Koopovereenkomst wordt vernietigd, is sprake van onverschuldigde betaling en heeft Koper recht op terugbetaling van de koopsom. De schade die Koper heeft geleden als gevolg van voornoemde tekortkoming bestaat uit vermogensschade (artikel 6:95 lid 1 BW Pro) en gederfde winst (artikel 6:96 lid 1 BW Pro) en moet door [eiseressen] aan haar worden vergoed. Bovendien is [eiseressen sub 2] als bestuurder ook in persoon aansprakelijk, nu hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.
3.3.
[eiseressen] vordert in deze verzetprocedure – na eisvermeerdering – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
I. haar zal ontheffen van de veroordelingen tegen haar uitgesproken bij voornoemd verstekvonnis, met niet-ontvankelijkheid of afwijzing van de oorspronkelijke vordering en veroordeling van Koper in de kosten van deze verzetprocedure;
II. Koper veroordeelt om aan [eiseressen] te restitueren een bedrag van € 53.639,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening;
subsidiair:
III. bepaalt dat een door [eiseressen] – of één van hen – te betalen geldbedrag niet zal worden vermeerderd met de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW, maar met de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro.
3.4.
[eiseressen] legt hieraan het volgende ten grondslag. Koper moet op grond van artikel 19 lid 2 van Pro de Algemene Voorwaarden niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen, omdat zij de in dat artikel bedoelde
legal claimlater dan zes maanden na de ontbinding bij de rechtbank aanhangig heeft gemaakt. Indien Koper ontvankelijk is in haar vorderingen, moeten de vorderingen worden afgewezen, want [eiseressen] heeft een nieuw aanbod gedaan dat in de plaats is gekomen van de Koopovereenkomst. [eiseressen] is niet gehouden iets terug te betalen aan Koper, omdat zij een bedrag van € 15.000,- aan
service feemocht behouden, ook al is het Voertuig niet geleverd aan Koper. Tot slot betwist [eiseressen] dat Koper schade heeft geleden en dat [eiseressen sub 2] persoonlijk aansprakelijk is naast de vennootschap.
3.5.
Koper blijft inhoudelijk bij haar vorderingen en standpunten zoals ingenomen in de inleidende dagvaarding en nader onderbouwd in deze verzetprocedure. Koper voert verweer tegen de eisvermeerdering van [eiseressen] en stelt zich op het standpunt dat de vordering onder 3.3 sub II beperkt moet worden tot een terugbetaling aan alleen Verkoper en niet ook aan [eiseressen sub 2], omdat de betaling van € 53.630,99 op 26 januari 2025 door Verkoper aan Koper is gedaan.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bevoegdheid
4.1.
Deze zaak heeft internationale aspecten, gelet op de vestigings- en woonplaats van [eiseressen] in [land]. Alhoewel partijen dit zelf niet ter discussie hebben gesteld, moet de rechtbank ambtshalve onderzoeken of zij bevoegd is om over de zaak te oordelen. Als dat zo is, moet zij ook ambtshalve onderzoeken naar welk materieel recht de vorderingen moeten worden beoordeeld.
4.2.
De rechtbank moet haar internationale bevoegdheid in dit geval beoordelen aan de
hand van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid,
erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I bis) nu sprake is van een rechtsverhouding met internationale aspecten, de
vordering voor de hoofdsom is ingesteld na 10 januari 2015 en de zaak valt binnen het
materieel toepassingsgebied van deze verordening. Op grond van artikel 25 lid 1 Brussel Pro I
bis-Verordening is deze rechtbank bevoegd van de vorderingen kennis te
nemen, omdat in artikel 19 lid 1 van Pro de Algemene Voorwaarden een forumkeuzebeding is
opgenomen dat de rechtbank in Den Haag aanwijst als exclusief bevoegde rechter.
4.3.
Omdat de Koopovereenkomst dateert van na 17 december 2009, moet het
toepasselijk recht worden vastgesteld aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, PbEU 2008, L 177/6 (Rome I-Verordening). Partijen
hebben in artikel 18 lid 1 van Pro de toepasselijke Algemene Voorwaarden een rechtskeuze gemaakt voor Nederlands recht. Op grond van artikel 3 van Pro de Rome I-Verordening is daarom Nederlands recht van toepassing op de overeenkomsten tussen partijen en de daaruit voortvloeiende vorderingen.
Het verzet is tijdig ingesteld
4.4.
De rechtbank zal eerst beoordelen of [eiseressen] het verzet tijdig heeft ingesteld en in haar verzet kan worden ontvangen. In artikel 143 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (‘Rv’) is onder meer bepaald dat de verzettermijn van vier weken (of acht in geval van werkelijk verblijf in het buitenland) begint te lopen op het moment dat het verstekvonnis is betekend in persoon of als sprake is van een daad van bekendheid waaruit blijkt dat de veroordeelde van het verstekvonnis op de hoogte is.
4.5.
[eiseressen sub 2] heeft ter zitting verklaard dat hij in oktober of november 2025 op de hoogte is geraakt van het verstekvonnis. Vast staat dat het verstekvonnis eerder is betekend, maar niet in persoon. Bij brief van 6 november 2025 heeft (de advocaat van) [eiseressen] (de advocaat van) Koper medegedeeld in verzet te zullen gaan tegen het verstekvonnis. [eiseressen] heeft vervolgens op 12 december 2025 de verzetdagvaarding laten betekenen. Het verzet is daarmee tijdig ingesteld.
Ontvankelijkheid
4.6.
[eiseressen] stelt zich op het standpunt dat Koper niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen en legt daaraan het volgende ten grondslag. Uit
artikel 1 van Pro de toepasselijke Algemene Voorwaarden kan volgens haar worden afgeleid dat Koper in plaats van ‘
Seller’ ook ‘
Purchaser’ kan zijn. Op grond van artikel 19 lid 2 van Pro de Algemene Voorwaarden had Koper de in dat artikel bedoelde
legal claimbinnen zes maanden na datum van ontbinding (22 augustus 2023) in rechte aanhangig moeten maken (“
must be submitted”). Nu Koper daarmee heeft gewacht tot 7 oktober 2024 is zij te laat en moet zij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen, aldus [eiseressen]
4.7.
Koper is het in beginsel eens met de wijze waarop Verkoper artikel 1 van Pro de Algemene Voorwaarden uitlegt, maar betwist de uitleg van artikel 19 lid Pro 2. Koper heeft daartoe aangevoerd dat het woord
submitniet betekent dat een
claimin rechte aanhangig moet zijn gemaakt. Het artikel beoogt rechtszekerheid bij partijen te garanderen. Het is wat dat betreft de brief met de
cancellation ordergeweest en de herhaling daarvan bij brief van 25 augustus 2023 waarmee Autocavy haar ontstane
legal claimvan ontbinding en terugbetaling bij Verkoper heeft ingediend.
4.8.
Om vast te stellen of Koper op grond van de Algemene Voorwaarden ontvankelijk is, moet de rechtbank artikel 19 lid 2 van Pro die Algemene Voorwaarden uitleggen. Bij die uitleg komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van de overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn van betekenis alle concrete omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. De rechtbank is van oordeel dat - voor zover voornoemd artikel van toepassing is op onderhavig geschil - de daarin genoemde termijn niet is overschreden en licht dat als volgt toe.
4.9.
Verkoper geeft bij haar uitleg centrale betekenis aan het woord
submit, wat volgens haar alleen maar kan gaan over iets in rechte aanhangig maken. De rechtbank volgt haar daarin niet. In artikel 19 lid 2 staat Pro namelijk dat de claim “
must be submitted by the Puchaserto Seller”. Er staat niet dat een claim al in rechte aanhangig moet zijn. Dat is over het algemeen ook niet nodig om het doel te dienen van dit soort bepalingen, waarbij de wederpartij weet of hij nog rekening moet houden met een klacht of aanspraak. Autocavy heeft bij brief van 25 augustus 2023 – en dus binnen zes maanden na haar bericht van 22 augustus 2023 (2.10) – haar
legal claim(de ontbinding en verzoek om terugbetaling) aan [eiseressen] kenbaar heeft gemaakt. Dit betekent dat Koper de dagvaarding op tijd heeft uitgebracht en ontvankelijk is in haar vorderingen.
Koopovereenkomst is buitengerechtelijk ontbonden
4.10.
Koper stelt dat Verkoper tekortgeschoten is in de nakoming van de leveringsverplichting van de Koopovereenkomst en heeft zich beroepen op ontbinding. Omdat uit mededelingen van [eiseressen sub 2] bleek dat Verkoper niet zonder meer aan de leveringsverplichting zou voldoen, is sprake van verzuim zonder dat hiervoor een ingebrekestelling is vereist (artikel 6:83 sub c BW Pro).
4.11.
[eiseressen] betwist dat Koper de Koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. Zij betwist niet dat zij de auto niet heeft willen leveren, maar voert aan dat zij op 16 augustus 2023 een nieuw aanbod heeft gedaan inhoudende een verhoging van € 5.000,- van de verkoopprijs en dat dit in de plaats is gekomen van de oorspronkelijke Koopovereenkomst. Het is vervolgens Koper die die overeenkomst niet is nagekomen en in verzuim is, aldus Verkoper. Koper heeft op haar beurt gemotiveerd betwist dat er sprake is geweest van een nadere overeenkomst.
4.12.
De rechtbank is van oordeel dat niet vast is komen te staan dat er een andere overeenkomst is gesloten in plaats van de eerste. Uit de Whatsappberichten volgt namelijk dat Koper het nieuwe aanbod van Verkoper enkel wilde aanvaarden als Verkoper het Voertuig eerst aan haar zou leveren. Immers, op 16 augustus 2023 schrijft [naam]: “
Look I want to be good with u, first delivery the car to Hamburg and after we will pay u the 5k” en “
I do a lot of business, and because of that I will effort to pay u 5k, only if I delivery the car first, and I don’t want to talk anymore, this is my last offer and last word, we keep do business or we stop do business”. Nu Verkoper het Voertuig niet (eerst) heeft geleverd, is niet vast komen te staan dat een nieuwe overeenkomst tussen de partijen tot stand is gekomen.
4.13.
Hoewel in de schriftelijke Koopovereenkomst een ander bedrag (€ 134.000,-) is opgenomen, is tussen partijen niet in geschil dat zij een koopprijs zijn overeengekomen van € 149.000,- (2.5). Nu Verkoper niet aan haar leveringsverplichting heeft voldaan en heeft meegedeeld dat zij daartoe ook niet bereid was zolang Koper niet € 5.000,- extra zou betalen, is sprake van een tekortkoming in de zin van artikel 6:74 BW Pro, en verzuim zoals hiervoor bedoeld, en was Koper bevoegd de Koopovereenkomst te ontbinden (artikel 6:265 lid 1 en Pro 2 BW). De onder 3.1 sub I gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen.
Terugbetaling
4.14.
Als gevolg van de ontbinding ontstaat er een verplichting tot ongedaanmaking van verrichte prestaties (art. 6:271 BW Pro).
4.15.
Na ontbinding van de Koopovereenkomst heeft Koper een bedrag van € 119.000,- aan Koper terugbetaald (2.11). Koper stelt dat zij nog een vordering van € 30.000,- heeft op [eiseressen], omdat zij € 149.000,- aan haar heeft betaald; een bedrag van € 134.000,- via een bankoverschrijving en een bedrag van € 15.000,- contant.
4.16.
[eiseressen] betwist dat Koper € 15.000,- contant aan haar heeft betaald. Het andere bedrag van € 15.000,- hoeft volgens haar ook niet te worden terugbetaald, omdat dit ziet op een tussen partijen overeengekomen
service feevan € 5.000,- per bemiddelaar en er drie bemiddelaars betrokken zijn geweest bij de verkoop van het Voertuig.
4.17.
Vast staat dat Koper € 134.000,- heeft overgemaakt aan Verkoper en dat Verkoper € 119.000,- aan Koper heeft terugbetaald. Hoewel partijen hebben gecorrespondeerd over een (deels) contante betaling van € 15.000,- had het op de weg van Koper gelegen om nader te onderbouwen dat een dergelijke contante betaling daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Zij heeft echter geen kwitantie of ander bewijsstuk overgelegd waaruit dit blijkt en de Whatsappberichten bieden evenmin ondersteuning voor haar standpunt, aangezien deze zich beperken tot eenzijdige verklaringen van [naam], zoals: “
For the 15k I will just need a receipt from u, and u have to give me the documents of the car(9 augustus 2023)” en “
On the way to you in order to give u the provision(14 augustus 2023)”. Deze eenzijdige verklaringen bieden onvoldoende concrete onderbouwing voor de conclusie dat Koper € 15.000,- contant heeft betaald aan Verkoper. Voor de
service feegeldt dat partijen weliswaar hebben gesproken over een ‘
fee’ of een ‘
provision’, maar dat [eiseressen] in het licht van de gemotiveerde betwisting niet heeft onderbouwd (en ook niet is gebleken) dat zij die ‘
fee’ mocht achterhouden op het moment dat de transactie niet zo doorgaan.
4.18.
Kortom, Koper heeft € 134.000,- aan Verkoper betaald en Verkoper heeft € 119.000,- aan Koper terugbetaald, terwijl zij € 134.000,- had moeten terugbetalen. De vordering onder 3.1 sub III zal worden toegewezen tot een bedrag van € 15.000,-, zoals in het dictum verwoord. Hiermee behoeft de subsidiaire vordering geen bespreking meer.
Schade is niet komen vast te staan
4.19.
Koper stelt dat zij als gevolg van de tekortkoming van Verkoper niet in staat was te voldoen aan haar leveringsverplichting jegens [bedrijf] en vordert dat [eiseressen] de schade vergoedt die zij daardoor heeft geleden, ter hoogte van
(€ 160.000 -/- € 149.000 =) € 11.000.
4.20.
[eiseressen] betwist dat zij hiertoe gehouden is en voert verweer.
4.21.
Hoewel de [bedrijf] Purchase Order ziet op drie auto’s van het type Mercedes-Benz G400d G-CLASS en Koper ter zitting heeft verklaard dat één van de auto’s uit de [bedrijf] Purchase Order voor wat betreft het bouwjaar en andere opties vergelijkbaar is met het Voertuig, heeft zij niet gemotiveerd gesteld dat de (door)verkoop aan [bedrijf] op dit specifieke Voertuig ziet of dat de auto’s hoe dan ook al (door)verkocht waren. Dat dit zo is, is ook niet gebleken. In de [bedrijf] Purchase Order is, in tegenstelling tot de Koopovereenkomst (tussen Koper en Verkoper), bijvoorbeeld niet het serienummer van het Voertuig opgenomen. Bij deze stand van zaken heeft Koper onvoldoende concreet onderbouwd dat zij het Voertuig heeft (door)verkocht aan [bedrijf] en kan niet worden vastgesteld dat zij schade heeft geleden. Deze vordering zal daarom worden afgewezen.
Geen persoonlijke aansprakelijkheid
4.22.
Verkoper is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen en daarvan kan [eiseressen sub 2] volgens Koper persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. [eiseressen] heeft dit betwist. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
4.23.
Indien de vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Deze hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen. Of sprake is van een zodanig ernstig verwijt hangt af van de aard en de ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. [1]
4.24.
Tegenover de gemotiveerde betwisting door [eiseressen] heeft Koper onvoldoende gesteld dat [eiseressen sub 2] als bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt van de tekortkoming van Verkoper. Koper heeft zich beperkt tot de blote stelling dat [eiseressen sub 2] lichtzinnig de overeenkomst is aangegaan en er bewust voor heeft gekozen niet na te komen, ook niet nadat Koper zich in beginsel bereid had verklaard een aanvullende betaling te voldoen na levering. Het beroep op persoonlijke aansprakelijkheid slaagt niet.
Wettelijke (handels)rente
4.25.
Koper vordert de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de terug te betalen bedragen. Artikel 6:119a BW is op de vordering van Koper echter niet van toepassing, omdat het gaat om een verplichting tot terugbetaling voortvloeiende uit een ongedaanmakingsverbintenis. De rechtbank zal de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro toewijzen.
Proceskosten
4.26.
[eiseressen] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Koper worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
132,52
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.896,52
4.27.
De over de proceskosten gevorderde rente zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing opgenomen.
4.28.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
vernietigt het tussen partijen gewezen verstekvonnis van deze rechtbank van
12 februari 2025 met zaak-/ rolnummer C/09/678205 HA ZA 25-33;
5.2.
beveelt Koper de van SPA Messebau ter uitvoering van het dictum onder 3.2 tot en met 3.4 van het verstekvonnis ontvangen bedrag aan SPA Messebau terug te betalen voor zover dat bedrag de veroordelingen onder 5.4 en 5.5 van het onderhavige vonnis te boven gaat;
en opnieuw rechtdoende
5.3.
verklaart voor recht dat de Koopovereenkomst tussen Koper en Verkoper is ontbonden;
5.4.
veroordeelt Verkoper tot betaling aan Koper van een bedrag van
€ 15.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag te rekenen vanaf 25 augustus 2023 tot aan de dag dat dit bedrag volledig is betaald;
5.5.
veroordeelt [eiseressen] hoofdelijk in de proceskosten van € 5.896,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseressen] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.6.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 5.4 en 5.5 uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Schueler en in het openbaar uitgesproken op
17 juni 2026.

Voetnoten

1.vgl. Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627 (RCI) en Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2628 (Hezemans Air).