ECLI:NL:RBDHA:2026:16258
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering over detentie en ontsnapping
Eiser, een Libische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van zijn relaas over problemen met een aan Haftar gelieerde militie. Eiser stelde dat hij werd beschoten, gevangen genomen, gemarteld en tot de doodstraf veroordeeld, waarna hij ontsnapte.
De rechtbank oordeelt dat de minister zich ten onrechte niet heeft uitgesproken over de geloofwaardigheid van de detentie en ontsnapping, terwijl eiser hiervoor documenten had overgelegd. De minister had zich vooral gericht op de aanleiding van de detentie en niet op de gebeurtenissen daarna.
Verder was het nader gehoor weliswaar gespreid over vijf maanden en met wisselende tolken, maar dit leidde niet tot schending van de zorgvuldigheid. De rechtbank achtte de verklaringen van eiser aannemelijk en vond dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met de zware omstandigheden waaronder eiser gevangen zat.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €1.868,- toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende motivering en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen.