Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16042

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/09/676513 / FA RK 24-8589
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Definitieve vaststelling zorg- en opvoedingstaken na mediation en kort geding

De rechtbank Den Haag heeft op 15 mei 2026 een definitieve beschikking gegeven over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders van twee minderjarige kinderen geboren in 2017 en 2018. Na eerdere aanhoudingen voor mediation en een kort geding waarin een voorlopige zorgregeling werd vastgesteld, is nu de huidige regeling definitief vastgelegd. De kinderen verblijven om de week van zaterdag 11.00 uur tot zondag 15.30 uur bij de vader, waarbij hij verantwoordelijk is voor het halen en brengen.

De rechtbank constateert dat de ouders nog niet volledig positief zijn over de regeling en dat het traject Ouderschap Blijft bij Impegno nog niet succesvol is gestart vanwege planningsproblemen. De moeder uit zorgen over de bejegening van de kinderen door de vader en het angstige gedrag van een van de kinderen, terwijl de vader dit niet herkent. De rechtbank acht het belangrijk dat de kinderen de tijd krijgen om aan de regeling te wennen en wijst uitbreiding van de zorgregeling op dit moment af.

Daarnaast is een belregeling vastgesteld waarbij de kinderen op maandag en donderdag tussen 19.00 en 19.30 uur met de vader bellen en op zaterdagen bij de vader voor het slapengaan met de moeder. Voor de vakantie- en feestdagenregeling geldt dat de reguliere zorgregeling doorloopt, tenzij de moeder met de kinderen op vakantie is. Vanaf de zomervakantie 2027 zullen de ouders in onderling overleg de vakantie verdelen, waarbij de kinderen minimaal twee weken bij de vader doorbrengen.

De rechtbank benadrukt het belang van het traject Ouderschap Blijft en heeft Impegno dringend verzocht dit traject met de ouders op te starten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders verzochte af.

Uitkomst: De rechtbank stelt de huidige zorgregeling en belregeling definitief vast en legt vakantieafspraken vast met het oog op het belang van de kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8589
Zaaknummer: C/09/676513
Datum beschikking: 15 mei 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op [geboortedatum 2] 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.E. Oud te Krommenie.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.J.C. Engels te Heerhugowaard, voorheen mr. M. de Bluts.

Procedure

Bij beschikking van 4 maart 2025 van deze rechtbank zijn de ouders doorverwezen naar mediation en het traject Ouderschapsbemiddeling en heeft de rechtbank iedere beslissing over de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling), waaronder ook de verdeling van vakanties en feestdagen, aangehouden in afwachting van de resultaten van mediation en het traject.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het bericht van 9 september 2025 van de zijde van de vader;
- het bericht van 23 september 2025 van de zijde van de moeder;
- het bericht van 8 april 2026 van de zijde van de moeder.
Op 16 april 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Na de zitting heeft de rechtbank twee berichten ontvangen van Impegno.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover hier niet anders wordt overwogen en beslist.
Huidige situatie
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat er na de tussenbeschikking van 4 maart 2025 een vonnis in kort geding is gewezen, waarin is bepaald dat de voorlopige opbouwende zorgregeling uit de tussenbeschikking dient te worden nagekomen. Inmiddels is het zo dat de kinderen om de week van zaterdag 11.00 uur tot zondag 15.30 uur bij de vader zijn. Ten tijde van de zitting heeft dit drie keer plaatsgevonden. Ook is gebleken dat de gesprekken met de mediator niet tot het gehoopte resultaat hebben geleid en dat het traject bij Impegno vooralsnog niet heeft kunnen starten, omdat het nog niet is gelukt om een intakegesprek in te plannen met de ouders.
De moeder geeft aan dat zij op dit moment niet achter een verdere uitbreiding van deze regeling staat, omdat zij nog veel zorgen heeft over de bejegening van de kinderen door de vader. Volgens de moeder vertellen de kinderen nog vaak over de boosheid van de vader en is er sprake van angstig gedrag bij [de minderjarige 1] .
De vader stelt dat de contactmomenten goed verlopen. Hij geeft aan het door de moeder geschetste angstige gedrag van [de minderjarige 1] niet te herkennen en meent dat de kinderen het naar hun zin hebben wanneer ze bij hem thuis zijn. De vader zou het liefst zien dat de regeling uitgebreid wordt, maar kan ook instemmen met het vastleggen van de huidige regeling. Wel verzoekt hij de rechtbank dan te bepalen dat het halen en brengen van de kinderen door de ouders wordt gedeeld, omdat dat nu volledig voor rekening van de vader komt en hij afhankelijk is van het openbaar vervoer.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank overweegt dat de ouders van ver zijn gekomen. Er is een zorgregeling tot stand gebracht waar de ouders uitvoering aan geven, maar deze regeling loopt pas kort en de ouders zijn hierover nog niet onverdeeld positief. Naar het oordeel van de rechtbank is het van belang dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] de tijd en de ruimte wordt gegund om aan deze regeling te wennen. Daarom vindt de rechtbank dit niet het aangewezen moment om de zorgregeling verder uit te breiden en zal de rechtbank de huidige regeling vastleggen als definitieve zorgregeling. Omdat de zorgtaak van de vader op dit moment relatief beperkt is, verlangt de rechtbank van de vader dat hij het halen en brengen van de kinderen zal blijven verzorgen. Daarbij merkt de rechtbank uitdrukkelijk op dat het de ouders vrij staat om de zorgregeling in de toekomst uit te breiden als zij zien dat de kinderen daar behoefte aan hebben en ook om in onderling overleg andere afspraken te maken over het halen en brengen van de kinderen.
Tijdens de zitting hebben de ouders afgesproken dat er ook een belregeling zal gelden in aanvulling op de zorgregeling die de rechtbank vaststelt. De ouders hebben afgesproken dat de kinderen iedere maandag en donderdag tussen 19.00 uur en 19.30 uur met de vader zullen bellen en dat de kinderen met de moeder zullen bellen voordat zij gaan slapen in de weekenden die zij bij de vader doorbrengen. De rechtbank zal deze overeengekomen belregeling vastleggen, omdat zij deze in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] acht.
Vervolgens heeft de rechtbank met de ouders gesproken over de vakantieregeling. De ouders zijn het erover eens dat het nu nog te vroeg is om voor de zomervakantie van 2026 een uitgebreide vakantieregeling te bepalen, maar hebben allebei aangegeven dat er vanaf de zomervakantie van 2027 wel een regeling kan worden vastgesteld. Naar aanleiding hiervan zal de rechtbank bepalen dat de reguliere zorgregeling doorloopt gedurende alle schoolvakanties, tenzij de moeder met de kinderen op vakantie is. Verder verwacht de rechtbank dat de ouders (al dan niet in het kader van het traject Ouderschap Blijft) met elkaar in overleg zullen treden om de zomervakantie van 2027 te verdelen, met dien verstande dat de kinderen in ieder geval twee weken (aaneengesloten of niet) daarvan bij de vader zullen doorbrengen. De rechtbank zal dit vastleggen in het dictum en daarbij eveneens bepalen dat dit uitgangspunt ook voor de daaropvolgende jaren geldt, waarbij het de ouders wederom vrij staat om de vakantieregeling in onderling overleg uit te breiden.
Eindbeschikking en Ouderschap Blijft
Tot slot merkt de rechtbank nog het volgende op ten aanzien van het traject Ouderschap Blijft bij Impegno. Hoewel het traject nog moet worden opgestart, hebben beide ouders aangegeven een eindbeschikking te wensen. Met de ouders is de rechtbank van oordeel dat de kinderen en de ouders gebaat zullen zijn bij een duidelijke einduitspraak over de zorg- en vakantieregeling, en dat het aan de ouders zelf is om de schouders te zetten onder het traject Ouderschap Blijft en het verbeteren van hun onderlinge communicatie. In dat verband hebben de ouders aangegeven dat het intakegesprek gepland staat op 7 mei 2026, maar dat de moeder op dat moment nog op vakantie is. Nadat de moeder bij Impegno kenbaar heeft gemaakt dat zij na 10 mei beschikbaar is, zou Impegno hebben bericht dat zij het traject zullen beëindigen en dit zullen terugkoppelen aan de rechtbank als de moeder niet op 7 mei 2026 zal verschijnen. Naar het oordeel van de rechtbank is het in het belang van de kinderen dat de ouders dit traject zullen doorlopen en is ook gebleken dat de ouders gemotiveerd zijn om zich hiervoor in te zetten. Zoals ter zitting met de ouders is besproken heeft de rechtbank daarom (via het Kenniscentrum Kind en Scheiding) een dringend beroep op Impegno gedaan om het traject met de ouders na 10 mei 2026 op te starten. Inmiddels heeft de rechtbank bericht ontvangen van Impegno dat het tot op heden niet is gelukt om een afspraak met de ouders in te plannen en dat zij daarom het traject hebben afgesloten, maar dat zij bereid zijn om het traject te heropenen indien de ouders binnen veertien dagen reageren op het schriftelijke verzoek van Impegno om een nieuwe afspraak in te plannen. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders tijdig op dit bericht zullen reageren, zodat de hulpverlening kan starten.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 4 maart 2025 en het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 14 juli 2025 – :
*
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] ;
iedere maandag en donderdag tussen 19.00 uur en 19.30 uur met de vader zullen bellen en iedere zaterdag dat zij bij de vader zijn, voor het slapengaan met de moeder zullen bellen, en dat zij bij de vader zullen zijn:
  • reguliere zorgregeling: om de week van zaterdag 11.00 uur tot zondag 15.30 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt bij en terugbrengt naar de moeder;
  • vakantie- en feestdagenregeling: conform de reguliere zorgregeling, tenzij de kinderen met de moeder op vakantie zijn, en waarbij de ouders de zomervakantie vanaf 2027 in onderling overleg zullen verdelen met dien verstande dat de kinderen in ieder geval twee weken daarvan bij de vader doorbrengen;
en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 15 mei 2026.