ECLI:NL:RBDHA:2026:1562

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
C/09/695802 / KG ZA 25-1207
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 705 RvArt. 6:119 BWArt. 1019h RvArt. 102 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot opheffing conservatoir beslag en wapperverbod in octrooirechtelijke zaak

In deze kortgedingprocedure vorderen eiseressen de opheffing van conservatoir beslag dat Millboard heeft gelegd op TimberTouch-vlonderplanken wegens vermeende octrooi-inbreuk op Europees octrooi EP 1 951 971 B1. Daarnaast vorderen zij een wapperverbod, opgave van benaderde afnemers en rectificatie van eerdere mededelingen.

Eiseressen stellen dat het octrooi nietig is wegens toegevoegde materie, gebrek aan nieuwheid en inventiviteit, en dat hun product buiten de beschermingsomvang valt. Millboard betwist dit en baseert haar beslag op een opinie van het UK Intellectual Property Office die inbreuk bevestigt.

De voorzieningenrechter oordeelt dat niet summierlijk is gebleken dat het octrooi ondeugdelijk is of dat er geen inbreuk is. Ook is onvoldoende gesteld dat Millboard onrechtmatig heeft gehandeld met haar sommatiebrieven. De belangenafweging leidt tot handhaving van het beslag en afwijzing van de overige vorderingen.

Eiseressen worden veroordeeld in de proceskosten van € 60.000,- en de wettelijke rente. Het vonnis is gewezen door rechter-plaatsvervanger J.B.J. Hoefnagel op 29 januari 2026.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen tot opheffing van het conservatoir beslag en wapperverbod af en veroordeelt eiseressen in de proceskosten.

Uitspraak

Rechtbank GELDERLAND

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/05/460176 / KG ZA 25-443
Vonnis in kort geding van 29 januari 2026
in de zaak van

1.[eiseressen sub 1] B.V. en

2.
[eiseressen sub 2] B.V.
beide te [vestigingsplaats], [gemeente],
eiseressen,
hierna samen te noemen: [eiseressen],
advocaten mrs. F.W.E. Eijsvogels en A.S. Friedmann,
tegen:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
THE MILLBOARD COMPANY LIMITEDte Coventry, Verenigd Koninkrijk,
gedaagde,
hierna te noemen: Millboard,
advocaten mrs. T. Berendsen en I.E. van der Wal.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 december 2025 met producties EP01 t/m EP19;
- de conclusie van antwoord van 5 januari 2026 met producties GP01 t/m GP05;
- de akte overlegging producties van 8 januari 2026 van [eiseressen] met producties EP20 en EP21;
- de op 13 januari 2026 door beide partijen ingediende schriftelijke pleitnotities;
- het bericht van Millboard van 14 januari 2026 dat partijen een proceskostenafspraak hebben gemaakt;
- de op 15 januari 2026 gehouden mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op de nevenzittingslocatie in het Paleis van Justitie te Den Haag.

2.De feiten

2.1.
[eiseressen sub 1] B.V. is een Nederlandse onderneming die zich bezig houdt met het verhandelen van vlonderplanken van het merk TimberTouch. Zij is exclusief distributeur van TimberTouch-vlonderplanken in Nederland en levert deze aan retailers. [eiseressen sub 2] B.V. is enig aandeelhouder van [eiseressen sub 1] B.V. Zij verkoopt de TimberTouch-vlonderplanken aan eindgebruikers.
2.2.
Millboard is een Engelse onderneming die zich bezighoudt met het ontwerpen en vervaardigen van buitenvloeren en gevelbekleding. Millboard brengt een vlonderplank onder het merk Millboard op de markt, waarin de uitvinding van Europees octrooi EP 1 951 971 B1 (hierna: EP 971 of het octrooi) is verwerkt. Millboard is exclusief licentienemer van EP 971, waarvan [naam] de houder is, voor een “
Decking plank”. EP 971 is verleend op 25 februari 2015 op een internationale aanvrage WO 2007/060392 van 15 november 2006, waarbij een beroep is gedaan op prioriteit van GB 0523912 van 24 november 2005. EP 971 is van kracht in onder meer Nederland.
2.3.
Conclusie 1 van EP 971 luidt in de onbestreden Engelse vertaling als volgt:
A decking plank comprising a core (2) with plastics material; said core (2) acting as
support beam; one or more layers (3, 4) melded together without the use of adhesives; one or the layer having a top surface with a relief; whereby one or the layer forms an outer slip resistant covering layer (4); characterised in that said core is reinforced by fibres; and the or one layer (3) of the plank comprises an elastomer and a filler; whereby the or one layer (3) is relatively soft compared to said core (2) which is relatively hard; and the core acts as a support beam whilst the or one layer has a cushioning effect.
2.4.
De onbestreden Nederlandse vertaling van conclusie 1 luidt als volgt:
Vlonderplank omvattende een kern (2) met kunststofmateriaal; waarbij de kern (2)
fungeert als steunbalk; één of meer lagen (3, 4) die zonder het gebruik van hechtmiddelen met elkaar versmolten zijn; waarbij één van de lagen of de ene laag een bovenoppervlak met een reliëf heeft; waarbij één van de lagen of de ene laag een buitenste antislipdeklaag (4) vormt; gekenmerkt doordat de kern versterkt is door vezels; en één van de lagen of de ene laag (3) van de vlonderplank een elastomeer en een vulmateriaal omvat; waarbij één van de lagen of de ene laag (3) relatief zacht is vergeleken met de kern (2), die relatief hard is; en de kern fungeert als een steunbalk terwijl één van de lagen of de ene laag een dempende werking heeft.
2.5.
EP 971 bevat onder meer het volgende figuur (1A):
2.6.
Op 21 februari 2024 heeft het UK Intellectual Property Office (hierna: UK IPO) in haar opinie (nummer 09/23) geconstateerd dat de TimberTouch-vlonderplank van de Chinese producent (Zhejiang Bamtech New Material Technology Co., Ltd.) aan alle kenmerken van conclusie 1 van EP 971 voldoet, binnen de beschermingsomvang daarvan valt en dat het verhandelen van dit product dus inbreuk op het octrooi oplevert.
2.7.
Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft Millboard op 26 juni 2025 conservatoir beslag tot afgifte gelegd op een partij TimberTouch-vlonderplanken van [eiseressen]. Millboard heeft aan haar verzoek tot het leggen van conservatoir beslag ten grondslag gelegd dat [eiseressen] met het verhandelen van de TimberTouch-vlonderplanken inbreuk maakt op conclusie 1 van EP 971.
2.8.
Op 26 juni 2025 heeft Millboard aan de op www.timbertouch.nl en [website] als zodanig vermelde retailers van [eiseressen] sommatiebrieven gestuurd waarin staat dat de retailers met het aanbieden en verhandelen van de TimberTouch-vlonderplanken inbreuk maken op EP 971, met het verzoek die inbreuk te staken, opgave te doen en haar voorraad af te geven. Eén van de retailers heeft bij e-mail van 27 juni 2025 aan Millboard gemeld dat zij per direct de samenwerking met [eiseressen] heeft beëindigd en de verkoop van TimberTouch-vlonderplanken heeft gestaakt.
2.9.
Bij dagvaarding van 8 juli 2025 heeft Millboard en bodemprocedure aanhangig gemaakt jegens [eiseressen] Millboard vordert hierin onder meer een inbreukverbod en legt daaraan ten grondslag dat [eiseressen] met het verhandelen van de TimberTouch-vlonderplanken inbreuk maakt op conclusie 1 van EP 971. Deze bodemprocedure loopt nog.

3.Het geschil

3.1.
[eiseressen] vordert – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter, uitvoerbaar bij voorraad:
het conservatoir beslag op de TimberTouch vlonderplanken opheft;
Millboard verbiedt aan derden mede te delen dat de TimberTouch-vlonderplanken inbreuk maken op het octrooi zolang daarover in de bodemprocedure niet is beslist, op verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- per mededeling/dag, met een maximum van € 1.000.000,-;
Millboard beveelt tot opgave van informatie over de door haar benaderde afnemers van [eiseressen] met mededelingen over de vermeende inbreuk, op verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag/derde, met een maximum van € 500.000,-;
3. Millboard beveelt de volgende rectificatie te sturen aan alle (rechts)personen die zij heeft aangeschreven over de vermeende inbreuk:
“Betreft: RECTIFICATIE: geen inbreuk TimberTouch vlonderplanken
Geachte heer/mevrouw,
Eerder hebben wij u aangeschreven met de mededeling dat de TimberTouch vlonderplanken van [eiseressen sub 1] B.V. en [eiseressen sub 2] B.V. (“ [eiseressen]”) inbreuk zouden maken op Europees octrooi EP 1 951 971 B1 (“het Octrooi”). Wij hebben conservatoir beslag tot afgifte laten leggen op een partij TimberTouch vlonderplanken onder [eiseressen]
De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland heeft bij vonnis van [DATUM] voorshands geoordeeld dat er een serieuze niet te verwaarlozen kans is dat het Octrooi in een bodemprocedure zal worden vernietigd en/of dat de TimberTouch vlonderplanken niet onder de beschermingsomvang vallen van het Octrooi en heeft het beslag opgeheven.
De voorzieningenrechter heeft verder voorshands geoordeeld dat Millboard door u op de voormelde wijze aan te schrijven onrechtmatig jegens [eiseressen] heeft gehandeld.
Het staat u derhalve vrij om de TimberTouch producten van [eiseressen] te verhandelen.
Hoogachtend,
The Millboard Company Limited”
op verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag(deel);
4. Millboard veroordeelt in de volledige proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv [1] , vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
Daartoe voert [eiseressen] – samengevat – aan dat Millboard conservatoir beslag heeft gelegd op basis van een ondeugdelijke vordering. Volgens [eiseressen] bestaat er een serieuze, niet te verwaarlozen kans dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat geen sprake is van octrooi-inbreuk omdat het octrooi nietig is wegens ongeoorloofde toegevoegde materie en gebrek aan nieuwheid en inventiviteit. Bovendien valt de TimberTouch-vlonderplank volgens [eiseressen] niet onder de beschermingsomvang van het octrooi, zodat ook daarom in de bodemprocedure geoordeeld zal worden dat geen sprake is van octrooi-inbreuk. Daarnaast heeft Millboard onrechtmatig gehandeld door afnemers van [eiseressen] te benaderen met de mededeling dat sprake is van octrooi-inbreuk, terwijl die inbreuk niet in rechte vaststaat en het octrooi waarschijnlijk nietig is. Hierdoor is de reputatie van [eiseressen] ernstig beschadigd en zijn handelsrelaties verbroken. Om de schade te beperken en de rectificatie effectief te laten zijn is het noodzakelijk dat Millboard opgeeft welke partijen zij heeft aangeschreven. [eiseressen] heeft (spoedeisend) belang bij opheffing van het beslag en de overige vorderingen, omdat zij door het beslag en de mededelingen van Millboard aan derden ernstige en voortdurende schade lijdt.
3.3.
Millboard voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

Bevoegdheid
4.1.
Aangezien de voorzieningenrechter van deze rechtbank verlof tot het beslag heeft gegeven, is hij op grond van artikel 705 lid 1 Rv Pro bevoegd om kennis te nemen van de vordering tot opheffing van het beslag. Ten aanzien van de overige vorderingen is de voorzieningenrechter bevoegd op grond van artikel 6 onder Pro e Rv in verbinding met artikel 102 Rv Pro, aangezien het vermeende schadebrengende feit zich in Nederland en in dit arrondissement voordoet.
Spoedeisend belang
4.2.
Voor de vordering van [eiseressen] tot opheffing van het gelegde beslag op grond van artikel 705 Rv Pro is geen spoedeisend belang vereist. Met betrekking tot de overige vorderingen stelt [eiseressen] dat zij ernstige en voortdurende (reputatie)schade lijdt door de onrechtmatige mededelingen die Millboard aan haar afnemers heeft gedaan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat van [eiseressen] onder deze omstandigheden niet kan worden verwacht dat zij de uitkomst van de bodemprocedure afwacht, zodat spoedeisend belang bij die vorderingen aanwezig is.
Opheffing conservatoir beslag
4.3.
Op grond van artikel 705 lid 2 Rv Pro kan een beslag onder meer worden opgeheven indien summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert om met inachtneming van de beperkingen van de voorzieningenprocedure aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. De voorzieningenrechter dient te beslissen aan de hand van een beoordeling van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd. Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen. [2]
4.4.
De voorzieningenrechter moet dus beoordelen of summierlijk blijkt dat de vordering die Millboard aan het beslag ten grondslag heeft gelegd ondeugdelijk is. Gezien de stellingen van [eiseressen] gebaseerd op nietigheid van althans niet-inbreuk op het octrooi,
zal dus summierlijk moeten blijken dat het octrooi nietig is en/of dat geen sprake is van octrooi-inbreuk. Dat houdt in dat het vrij evident moet zijn dat EP 971 nietig is of dat de TimberTouch-vlonderplank buiten de beschermingsomvang van het octrooi valt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat niet het geval, om de volgende redenen.
4.5.
[eiseressen] heeft uitgebreid aangevoerd dat EP 971 nietig moet worden verklaard, ten eerste omdat sprake is van toegevoegde materie. Verschillende kenmerken van conclusie 1 zouden uit hun specifieke context in de oorspronkelijke aanvraag zijn gelicht en zijn gecombineerd tot een nieuwe, niet eerder geopenbaarde uitvinding. Daarnaast is het octrooi volgens [eiseressen] niet nieuw, omdat drie eerdere publicaties alle kenmerken van conclusie 1 zouden openbaren en is het niet inventief, omdat de beweerdelijke uitvinding op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit diverse eerdere publicaties en standaard vakkennis in het betreffende werkgebied. Millboard heeft deze stellingen gemotiveerd betwist.
4.6.
Hoewel uit hetgeen [eiseressen] heeft aangevoerd blijkt dat er serieuze vragen zijn over de geldigheid van het octrooi in het kader van toegevoegde materie, nieuwheid en inventiviteit, is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet vrij evident dat het octrooi nietig is. Uit hetgeen beide partijen hebben aangevoerd blijkt dat over ieder van die onderwerpen (toegevoegde materie, nieuwheid en inventiviteit) een uitgebreid feitelijk en juridisch debat is te voeren. De behandeling van dit uitgebreide debat dient plaats te vinden in de aanhangige bodemprocedure. Gezien dit debat tussen partijen is het de voorzieningenrechter in dit kort geding niet summierlijk gebleken dat het ingeroepen octrooirecht ondeugdelijk is en (dus) dat Millboard dat niet ten grondslag mocht leggen aan het beslag. Daarbij acht de voorzieningenrechter eveneens van belang dat het octrooi een Europees octrooi is, dat is vooronderzocht op de gebieden van nieuwheid, inventiviteit en (afwezigheid van) toegevoegde materie, en dat geen oppositie is ingesteld tegen het octrooi.
4.7.
Ook ten aanzien van de stelling van [eiseressen] dat de TimberTouch-vlonderplank niet onder de beschermingsomvang van het octrooi valt en daarom geen inbreuk maakt, geldt dat dit niet summierlijk is gebleken. [eiseressen] heeft – kort gezegd – aangevoerd dat de TimberTouch-vlonderplank wezenlijk anders is dan de uitvinding uit het octrooi, omdat de TimberTouch-vlonderplank een zachte kern van schuim heeft en een harde vezellaag en een rubberen toplaag aan de buitenkant, terwijl het octrooi een vlonderplank claimt met een harde kern, waarin de vezels zijn opgenomen, met een zachte toplaag aan de buitenkant. Gelet op hetgeen Millboard hiertegenover heeft gesteld is duidelijk dat ook op dit punt veel discussie tussen partijen bestaat en dat het niet vrij evident is dat de TimberTouch-vlonderplank buiten de beschermingsomvang valt. Daarbij acht de voorzieningenrechter tevens van belang dat het UK IPO eerder (wel) tot de conclusie is gekomen dat de TimberTouch-vlonderplank binnen de beschermingsomvang van het octrooi valt en dat het verhandelen van dit product dus inbreuk op het octrooi oplevert.
4.8.
Ook indien de belangen van beide partijen tegen elkaar worden afgewogen ziet de voorzieningenrechter geen reden om het beslag op te heffen. Millboard heeft er belang bij dat het beslag op de voorraad TimberTouch-vlonderplanken blijft rusten. Zoals [eiseressen] op de zitting ook heeft aangegeven, zal zij het verhandelen van de TimberTouch-vlonderplanken en daarmee de vermeende octrooi-inbreuk direct hervatten indien het beslag wordt opgeheven. Dit zal tot (verdere) schade aan de zijde van Millboard (kunnen) lijden, die beperkt kan worden door het beslag in stand te houden. Het belang van [eiseressen] bij opheffing van het beslag om het verhandelen van vermeend inbreukmakende producten te kunnen hervatten weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter minder zwaar. Dit geldt te meer nu in ieder geval voor [eiseressen sub 2] B.V. geldt dat haar bedrijfsvoering niet afhankelijk is van de omzet uit de verkoop van TimberTouch-vlonderplanken. De vordering tot opheffing van het beslag zal dan ook worden afgewezen.
Wapperverbod, opgave en rectificatie
4.9.
[eiseressen] heeft tevens gevorderd Millboard te verbieden om derden te benaderen met de mededeling dat de TimberTouch-planken inbreuk maken op haar octrooirecht, althans haar licentie daarop; ook wel een “wapperverbod” genoemd. Tevens vordert zij een bevel tot opgave van de partijen die Millboard eerder heeft aangeschreven met mededelingen over de vermeende inbreuk en een bevel tot rectificatie van de aan die partijen gedane mededelingen (zie 2.8 hiervoor). Blijkens deze vorderingen is het [eiseressen] zowel te doen om de situatie na dit vonnis (het voorkomen dat Millboard na dit vonnis nog (verdere) mededelingen aan derden stuurt; het wapperverbod) alsmede het verleden (het vermeend onrechtmatig handelen van Millboard jegens [eiseressen] door het eerder versturen van de sommatiebrieven aan derden; de opgave en de rectificatie).
4.10.
Uit vaste jurisprudentie volgt dat de octrooihouder slechts onrechtmatig handelt door zich op zijn octrooirecht te beroepen indien hij weet, dan wel dient te beseffen, dat er een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat het octrooi ongeldig is en/of dat de geadresseerde geen inbreuk maakt op zijn octrooirecht. [3]
4.11.
Ten aanzien van de in het verleden verstuurde brieven geldt dat [eiseressen] geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit volgt dat Millboard ten tijde van het versturen daarvan wist, dan wel diende te beseffen dat er een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestond dat het octrooi ongeldig was en/of dat de geadresseerden van die brieven (de afnemers van [eiseressen]) geen inbreuk maakten op haar octrooirecht. Dit valt voor de voorzieningenrechter ook niet in te zien, nu het gaat om een octrooi dat is vooronderzocht op materiële geldigheid en het UK IPO voorafgaand aan het versturen van de brieven door Millboard een opinie had uitgebracht waaruit volgt dat de verhandeling van de TimberTouch-vlonderplanken een inbreuk op het octrooi oplevert. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft Millboard dan ook niet onrechtmatig gehandeld door het versturen van de sommatiebrieven. De gevorderde opgave en rectificatie zullen om die reden worden afgewezen.
4.12.
Ook dit vonnis verschaft Millboard niet de in 4.10 bedoelde kennis dan wel het besef, aangezien de voorzieningenrechter in dit vonnis tot het oordeel is gekomen dat niet summierlijk gebleken is dat het octrooi nietig is en dat geen sprake is van octrooi-inbreuk. Hierdoor bestaat evenmin grond voor het opleggen van een verbod aan Millboard om zich na dit vonnis jegens derden op haar octrooi te beroepen. Ook het gevorderde wapperverbod zal dus worden afgewezen.
Proceskosten
4.13.
De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv Pro. Partijen hebben een proceskostenafspraak gemaakt die inhoudt dat aan de in het gelijk gestelde partij een bedrag van € 60.000,- toekomt. Millboard geldt als de in het gelijk gestelde partij. [eiseressen] zal daarom worden veroordeeld tot betaling van € 60.000,- aan Millboard.
4.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt [eiseressen] in de proceskosten van Millboard van € 60.000,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
5.3.
veroordeelt [eiseressen] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.4.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Hoefnagel, rechter-plaatsvervanger in deze rechtbank, bijgestaan door mr. J.M.N. van Limpt-Schrover, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
2.HR 14 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2105
3.HR 29 september 2006, ECLI:HR:2006:AU6098 (Bakel/Stork)