Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15585

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
NL25.39558
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:46 AwbArt. 28 Vw 2000Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering minister

Eiser, met de Venezolaanse en Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn verhaal en de beschikbaarheid van adequate opvang in Venezuela.

De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser over problemen met personen van de Venezolaanse regering ongeloofwaardig zouden zijn. Ook is onvoldoende onderbouwd dat er adequate opvang voor eiser beschikbaar is in Venezuela, mede omdat zijn ouders in Syrië verblijven en niet meer voor hem kunnen zorgen.

De rechtbank weegt mee dat de tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser mede verklaard kunnen worden door zijn leeftijd en stress tijdens het gehoor. De minister heeft onvoldoende onderzoek verricht en onvoldoende gemotiveerd waarom de documenten niet betrouwbaar zouden zijn.

Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt de minister op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de minister moet binnen tien weken een nieuw besluit nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.39558

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. J. Oosterhof),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. L. Maring).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000 [1] . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat de gestelde problemen van eiser met personen van de Venezolaanse regering ongeloofwaardig zijn. Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat voor eiser adequate opvang beschikbaar is in Venezuela. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Venezolaanse en Syrische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2008. De minister heeft met het bestreden besluit van 25 juli 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, L. Haruntyunyan als tolk en de gemachtigde van de minister.
2.3.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank laten weten binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht vier weken later uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

Wat is het asielrelaas van eiser?
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij is van Venezolaanse en Syrische nationaliteit. Hij is geboren in Venezuela en heeft daar een jaar vanaf zijn geboorte en daarna vanaf zijn vijfde levensjaar gewoond. Omstreeks juli 2023 is eiser beroofd en geslagen door personen op een motor met petten van de PSUV [2] waardoor eiser een dag in het ziekenhuis moest verblijven. Volgens eiser behoren de mensen die deze petten dragen tot de regering. Hierna werd de vader van eiser gebeld door personen van dezelfde groepering. Ze eisten dat hij vijfduizend dollar aan hen zou betalen anders zouden ze eiser ontvoeren. Ze bleven eiser en zijn familie lastigvallen. Omdat de politie hen niet wilde helpen, zijn eiser en zijn familie in november 2023 naar Syrië vertrokken. Vanwege de oorlogssituatie daar heeft eiser Syrië op 24 maart 2024 verlaten. Eiser vreest bij terugkeer naar Venezuela voor de regering omdat er veel corruptie is.
Wat is het standpunt van de minister in het bestreden besluit?
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;
- de problemen met twee mannen van de regering in Venezuela.
4.1.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig is. De minister gaat er dus ook vanuit dat eiser zowel de Syrische als Venezolaanse nationaliteit heeft. De problemen die eiser zou hebben ondervonden met twee mannen van de regering van Venezuela gelooft de minister echter niet. Uit het door eiser overgelegde medische document blijkt niet waar de verwondingen van eiser door zijn veroorzaakt en de aangifte is gebaseerd op de verklaringen van de vader van eiser. Verder vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel, terwijl dat op grond van het referentiekader van eiser wel mag worden verwacht. Eiser heeft tegenstrijdig verklaard over het aantal motoren van zijn achtervolgers en of hij zijn achtervolgers herkende. Ook zijn eisers verklaringen op meerdere punten tegenstrijdig met de informatie die blijkt uit de overgelegde aangifte. Verder zijn de verklaringen van eiser, over dat hij de stem van de mannen die zijn vader belden herkende, vaag. Eiser is ten slotte niet in staat om zijn vermoedens, dat hij is overvallen door mannen die bij de regering horen, aannemelijk te maken. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Heeft de minister de gestelde problemen met twee mannen van de Venezolaanse regering ongeloofwaardig kunnen vinden?
Wat is het betoog van eiser?
5. Eiser stelt dat de overgelegde originele aangifte en het medische document zijn verklaringen onderbouwen zodat de minister er meer waarde aan moet hechten. Uit het medische stuk blijkt dat zijn verwondingen zijn veroorzaakt door ‘a blunt object’. De aangifte is weliswaar gebaseerd op eigen verklaringen maar dat is altijd zo bij een aangifte. Dat sommige verklaringen van eiser niet overeenkomen met de inhoud van de aangifte komt omdat hij, mede gelet op zijn leeftijd, veel stress ervaarde tijdens het gehoor. Omdat er werd doorgevraagd op bepaalde punten heeft hij daarom soms maar wat gezegd. Omdat hij pas wist dat de minister er een punt van maakte toen hij het voornemen kreeg, heeft hij die verklaringen niet eerder gecorrigeerd. Van eiser kan bovendien niet worden verwacht dat hij precies weet wat er tijdens het gesprek met zijn vader is gezegd. Eiser voert verder aan dat zijn verklaringen over het aantal motoren en of hij de achtervolgers herkende niet tegenstrijdig zijn. De minister is ten onrechte niet ingegaan op wat eiser hierover in de zienswijze naar voren heeft gebracht. Bij onduidelijkheid hierover had doorgevraagd moeten worden. Ook is het niet aan de minister te oordelen dat het niet mogelijk is dat eiser na anderhalve maand een stem herkent. Daarbij komt dat tijdens het gehoor niet is gevraagd of er wat is gezegd tegen eiser toen hij werd aangevallen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De minister heeft zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiser over de problemen met mannen van de regering van Venezuela ongeloofwaardig zijn. Daarvoor vindt de rechtbank het volgende van belang.
6.1.
Uit de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten [3] , die de minister alsnog aan het dossier heeft toegevoegd, blijkt dat geen uitspraak kan worden gedaan over de echtheid, opmaak, afgifte en inhoud van door eiser overgelegde aangifte en het medische document. Hieruit leidt de rechtbank af dat de documenten niet vals zijn bevonden. Het medische document ondersteunt bovendien de verklaringen van eiser aangezien daaruit blijkt dat eiser gewond is geraakt en dat de verwondingen zijn veroorzaakt door ‘a blunt object’, vertaald een stomp voorwerp. Het standpunt van de minister dat in het document niet wordt genoemd waardoor de verwondingen zijn veroorzaakt, kan dus niet worden gevolgd.
6.2.
Eiser heeft niet betwist dat er tegenstrijdigheden zitten tussen zijn verklaringen en de inhoud van de overgelegde aangifte. De rechtbank is echter van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat dit aan eiser kan worden tegengeworpen en dat de uitleg die eiser daarvoor heeft gegeven niet slaagt. Daarvoor is het volgende van belang.
6.2.1.
De minister heeft aan eiser tegengeworpen dat hij heeft verklaard dat zijn vader ongeveer anderhalve maand na de overval op eiser werd gebeld en bedreigd, terwijl in de aangifte staat dat zijn vader enkele dagen na de overval al werd gebeld. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
Op de vraag op welke datum zijn vader voor het eerst werd bedreigd heeft eiser verklaard: ‘
dat weet ik niet meer’. Nadat hierop werd doorgevraagd heeft hij verklaard:
‘Dat weet ik wel. Ik denk dat het ongeveer anderhalve maand later was dat hij was gebeld’. Op de vraag of het dan klopt dat zijn vader voor het eerst in augustus/september 2023 is bedreigd antwoord eiser bevestigend. [4] Eerder tijdens het gehoor heeft eiser op de vragen over de start van zijn problemen verklaard:
‘ik wil mij niet vergissen. Ik weet het niet zeker’ en na doorvragen: ‘
Ik denk dat het juli van 2023 was’ en ‘
Ja, rond die tijd’ en op de vraag of het begin, midden of eind juli was: ‘
Dat weet ik niet. Ik denk dat het halverwege juli was’. [5] In de zienswijze heeft eiser aangevoerd dat hij niet meer weet wanneer zijn vader werd gebeld. Hij is gaan gokken nadat werd doorgevraagd. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze uitleg van eiser niet aannemelijk is. Daarvoor vindt de rechtbank van belang dat uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij twijfelde over zijn antwoorden en dat voor minderjarigen nu eenmaal niet dezelfde maatstaf kan en mag worden gehanteerd als voor volwassenen. Hierbij moet bedacht worden dat eiser ten tijde van het gehoor zestien jaar was en het niet ondenkbeeldig is dat kinderen van die leeftijd soms een gewenst antwoord geven om er maar vanaf te zijn. Verder is van belang dat eiser pas een jaar na binnenkomst in Nederland is gehoord en heeft verklaard dat hij stress ervaarde tijdens het gehoor.
De minister heeft zich daarbij ten onrechte op het standpunt gesteld dat van eiser verwacht had mogen worden dat hij zijn verklaringen na het gehoor had gecorrigeerd door middel van aanvullingen en correcties. Eiser heeft uitgelegd dat het voor hem pas duidelijk was dat hij wat had uit te leggen nadat de minister de aangifte had gezien en eiser met de tegenstrijdigheden confronteerde.
De standpunten van de minister in het verweerschrift dat de verklaring van eiser over wanneer de aanval op hem zou hebben plaatsgevonden en dat hij samen met zijn ouders aangifte heeft gedaan, ook tegenstrijdig zijn aan de inhoud van de aangifte (en het medische document) zal de rechtbank niet bij de beoordeling betrekken, aangezien de minister dit niet in het bestreden besluit aan eiser heeft tegengeworpen.
6.2.2.
De minister heeft zich verder onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de verklaring van eiser dat zijn vader werd gebeld door mannen [6] , tegenstrijdig is aan de inhoud van de aangifte, waarin staat dat zijn vader werd gebeld door één man. Eiser heeft uitgelegd dat hij de meervoudsvorm gebruikte omdat hij die ene man ziet als onderdeel van de groepering. Die uitleg vindt de rechtbank niet onaannemelijk. Bovendien heeft eiser wel verklaard dat het één man was die sprak [7] , wat ook gebruikelijk is tijdens een telefoongesprek. De minister heeft verder onvoldoende gemotiveerd dat de verklaring van eiser dat zijn vader één keer is gebeld tegenstrijdig is met de inhoud van de aangifte, waarin staat dat zijn vader meerdere keren werd gebeld. De minister heeft niet nader geconcretiseerd waarom eiser zou moeten weten dat zijn vader vaker zou zijn gebeld. Niet valt uit te sluiten dat eisers vader meerdere keren is gebeld maar dat de vader dit niet aan eiser heeft verteld.
6.2.3.
De minister heeft zich eveneens onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de verklaring van eiser dat de persoon die zijn vader bedreigde anoniem belde tegenstrijdig is aan de verklaring in de aangifte dat de persoon zich identificeerde als lid van de BCC [8] . Dat eiser bij het gesprek aanwezig was is daarvoor onvoldoende. Het is niet onlogisch dat eiser met ‘anoniem’ heeft bedoeld dat de persoon zijn naam niet heeft genoemd. Dat is ook wat eiser tijdens het gehoor heeft verklaard. [9] Het hoeft niet te betekenen dat eiser niet wist dat de persoon zich identificeerde als lid van de BCC.
6.3.
De minister heeft verder onvoldoende gemotiveerd dat de verklaringen van eiser over het aantal motoren dat hem achtervolgde tegenstrijdig zijn omdat eiser het de ene keer heeft over motoren en daarna over één motor. Uit het rapport van nader gehoor blijkt dat eiser één keer motoren [10] heeft gezegd. De keren daarna heeft eiser het over een motor. [11] Hij zegt zelf ‘
dat je gedurende twintig minuten dezelfde motor om je heen hebt’ en: ‘
Ja. Samen op 1 motor’. Het is juist de hoormedewerker die steeds spreekt over ‘motors’ en ‘motoren’ [12] zodat door de wijze van vragen stellen eiser deze woorden in de mond zijn gelegd. Ook niet uit te sluiten is dat eiser een keer ‘motoren’ heeft gezegd omdat hij sprak over meerdere gebeurtenissen omdat ze vaker werden gevolgd [13] . Als een en ander vragen had opgeroepen had de hoormedewerker zijn vragen nauwkeuriger moet formuleren en zo nodig eiser met tegenstrijdigheden moeten confronteren tijdens het gehoor.
6.4.
De minister heeft ook onvoldoende gemotiveerd dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over het herkennen van zijn achtervolgers. Eiser heeft weliswaar eerst verklaard dat hij de mannen niet herkende en later dat hij door dezelfde mannen werd achtervolgd, maar eiser heeft in de zienswijze uitgelegd dat hij aan hun postuur en ogen zag dat het om dezelfde personen ging. De reactie van de minister daarop dat deze uitleg de wisselende verklaringen niet wegneemt, is onvoldoende, aangezien de minister dit niet nader heeft geconcretiseerd.
6.5.
Verder heeft de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiser over het herkennen van de stem van de persoon die zijn vader belde vaag zijn. Dat eiser tijdens het nader gehoor niet heeft verklaard dat hij de stem van een van de mannen eerder heeft gehoord kan de minister niet aan eiser tegenwerpen. Als de minister dit van eiser had willen weten, dan hadden daarover vragen gesteld moeten worden tijdens het gehoor. Dat is niet gebeurd. Dat hem uitgebreid zou zijn gevraagd wat er precies is gebeurd ten tijde van de overval maakt dat niet anders. Van eiser kon niet verwacht worden dat hij dit uit zichzelf naar voren had gebracht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiser zestien jaar was ten tijde van het gehoor en ruim een jaar na de gebeurtenissen is gehoord. Bovendien is het niet onaannemelijk dat tijdens een dergelijk voorval iets wordt gezegd. De minister kan verder niet aan eiser tegenwerpen dat hij niet duidelijk heeft gemaakt wat er zo bijzonder of specifiek aan de stem was dat hij hem na anderhalve maand nog herkende. De minister kan er niet over oordelen of het wel of niet geloofwaardig is dat eiser een stem herkent. Eiser heeft daarover bovendien verklaard dat de woorden in zijn geheugen staan gegrift omdat het een heftige gebeurtenis was.
6.6.
De minister heeft ten slotte onvoldoende gemotiveerd dat het ongeloofwaardig is dat eiser is overvallen door mannen die bij de regering hoorden omdat dit gebaseerd zou zijn op vermoedens. Niet in geschil is dat overvallen en bedreigingen door aan het regime gelieerde groeperingen en leden van de PSUV in Venezuela voorkomen. Ook bestrijdt de minister niet dat eiser heeft verklaard dat de personen die hem hebben overvallen rode petten droegen met de letters ‘PSUV’. Dat die petten gestolen konden zijn en dat het niet waarschijnlijk is dat leden van de PSUV tijdens een beroving die petten zouden dragen, betekent nog niet dat het niet mogelijk is dat het om leden van de PSUV ging. Het standpunt van de minister dat ongeloofwaardig is dat specifiek eiser werd benaderd is eveneens onvoldoende gemotiveerd. Eiser heeft verklaard dat zijn problemen begonnen toen zijn vader stopte met zijn werk voor de regering.
6.7.
De beroepsgronden slagen.
Heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen verblijfsvergunning regulier krijgt op grond van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen?
Wat is het betoog van eiser?
7. Eiser stelt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat er voor eiser adequate opvang is in Venezuela. De woning die zijn ouders daar hadden, hebben ze waarschijnlijk niet meer aangezien ze zijn gevlucht naar Syrië. Zijn ouders verblijven nog in Syrië en eiser heeft van zijn tante gehoord dat ze niet meer voor eiser kunnen of willen zorgen.
Wat is het standpunt van de minister?
7.1.
De minister stelt zich op het standpunt dat er adequate opvang is voor eiser. Eiser heeft nog contact met zijn ouders en heeft niet onderbouwd dat ze de woning in Venezuela niet meer hebben. Ondanks dat zijn ouders in Syrië wonen hebben ze wel een zorgplicht voor eiser. [14] Zij moeten zorgen dat er voor eiser adequate opvang is in Venezuela. De minister gaat er vanuit dat de vader van eiser de Venezolaanse nationaliteit heeft en stelt zich op het standpunt dat zijn gestelde problemen in Venezuela ongeloofwaardig zijn, aangezien ze niet los kunnen worden gezien van de gestelde problemen van eiser.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7.2
De minister heeft zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat er voor eiser adequate opvang aanwezig is in Venezuela. Weliswaar heeft eiser onvoldoende onderbouwd dat zijn ouders niet meer voor hem kunnen zorgen, dit neemt niet weg dat het aan de minister is om zich ervan te overtuigen dat er voor eiser adequate opvang beschikbaar is in het land van terugkeer [15] . De minister heeft dus een onderzoeksplicht en kan niet volstaan met verwijzen naar de zorgplicht van de ouders van eiser of naar een woning die er mogelijk nog is in Venezuela. Daarbij komt dat niet in geschil is dat de ouders van eiser niet in Venezuela, maar in Syrië wonen, waar ze volgens eiser verblijven in een instabiele situatie.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:46 van Pro de Awb [16] . Dit betekent dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing op de aanvraag te nemen. Dit omdat het aan de minister is een beter gemotiveerd standpunt in te nemen over de asielmotieven van eiser en omdat de minister moet onderzoeken of sprake is van adequate opvang voor eiser. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
8.1.
De rechtbank bepaalt dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. [17] De rechtbank geeft de minister hiervoor tien weken.
8.2.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 25 juli 2025;
- draagt de minister op binnen tien weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Korporaal-Wisman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Partido Socialista Unido Venezolano
3.26 maart 2026, K1-178303287148
4.Pagina 14 rapport Nader gehoor
5.Pagina 11 en 12 rapport Nader gehoor
6.Pagina 14 rapport Nader gehoor
7.Pagina 15 en 16 rapport Nader gehoor
8.Bolivarian Construction Circle
9.Pagina 15 rapport Nader gehoor
10.Pagina 17 rapport Nader gehoor
11.Pagina 13, 17 en 20 rapport Nader gehoor
12.Pagina 17, 18 en 19 rapport Nader gehoor
13.Pagina 17 rapport Nader gehoor
14.Uitspraak van de Afdeling, 6 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW7803, r.o 2.2.1
15.Gelet op het arrest van het HvJEU,14 januari 2021, C-441/19 (TQ)
16.Algemene wet bestuursrecht
17.met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb