Eiser, een Marokkaanse student Arabisch recht, vroeg op 27 juni 2024 een visum voor kort verblijf aan om familie te bezoeken. Verweerder wees de aanvraag op 22 juli 2024 af wegens onvoldoende aantoonbare sociale en economische binding met Marokko, waardoor twijfel bestond over zijn terugkeer.
Eiser maakte bezwaar, maar verweerder verklaarde dit op 28 december 2024 kennelijk ongegrond zonder eiser te horen. Eiser stelde verweerder in gebreke en startte op 19 januari 2025 beroep bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte geen hoorzitting heeft gehouden, terwijl eiser voldoende bewijsstukken over zijn studie en binding had overgelegd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, stelt een termijn van acht weken voor een nieuw besluit en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten en een dwangsom wegens de overschrijding van de beslistermijn. De uitspraak benadrukt het belang van de hoorplicht in bezwaarprocedures en dat twijfel over de studie en binding niet zonder meer kan leiden tot het niet horen van de aanvrager.