In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 7 januari 2026, gaat het om een beroep dat is ingediend door eiser tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiser heeft beroep aangetekend omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag, ingediend op 23 oktober 2023. De rechtbank heeft vastgesteld dat de maximale termijn van 21 maanden om op de aanvraag te beslissen is overschreden. Eiser heeft de minister verzocht om binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, maar dit is niet gebeurd, wat heeft geleid tot het indienen van het beroep.
De rechtbank heeft het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond verklaard. De minister is opgedragen om binnen een termijn van acht weken na de bekendmaking van de uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag. De rechtbank heeft daarbij het ‘8+8 wekenmodel’ in acht genomen, zoals geoordeeld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien de minister niet binnen de gestelde termijn een besluit neemt, is hij een dwangsom van € 100,- per dag verschuldigd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast is de minister veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-.