ECLI:NL:RBDHA:2026:1535
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende beperkingen
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om haar Ziektewet-uitkering per 1 september 2023 te beëindigen, omdat zij volgens de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige meer dan 65% van het maatmaninkomen kon verdienen. Eiseres voerde aan dat de verzekeringsarts onvoldoende rekening hield met haar medische situatie en verwees naar een rapport van haar bedrijfsarts die aanvullende diagnostiek adviseerde.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts b&b voldoende gemotiveerd had dat er geen aanleiding was voor het aannemen van beperkingen en dat de bedrijfsarts geen standpunt innam over belastbaarheid. Ook de arbeidsdeskundige b&b had gemotiveerd dat de functies medewerker bloemzaadproductie en montagemedewerker passend waren, ondanks de door eiseres aangevoerde bezwaren over lichtsterkte en prikkels.
De rechtbank stelde vast dat de ervaren klachten van eiseres niet doorslaggevend zijn en dat de medische informatie en rapporten geen aanleiding geven tot het aannemen van beperkingen die recht geven op voortzetting van de uitkering. De beroepsgrond van eiseres faalde ook omdat haar werkzaamheden als kunstenares niet meetellen voor de Ziektewet.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot beëindiging van haar Ziektewet-uitkering is ongegrond verklaard.