Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvragen. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 30 oktober 2025 behandeld. In een tussenuitspraak van 12 november 2025 constateerde de rechtbank een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek in het bestreden besluit en gaf verweerder de gelegenheid dit te herstellen.
Verweerder heeft bij brief van 9 december 2025 een aanvullende motivering ingediend, waarin hij de bewijswaarde van de door eiser overgelegde documenten beperkt achtte. Eiser betwistte dit en stelde dat verweerder het voordeel van de twijfel had moeten geven. De rechtbank oordeelt dat verweerder de problemen met de Venezolaanse autoriteiten en de Tren de Aragua ongeloofwaardig mocht vinden, mede omdat de documenten onvoldoende objectief bewijs bevatten en de verklaringen van eiser niet samenhangend en aannemelijk waren.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege het geconstateerde gebrek, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat het gebrek met de aanvullende motivering is hersteld. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.