ECLI:NL:RBDHA:2026:1520

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
NL25.34646
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMParagraaf B7/3.8.1 Vreemdelingencirculaire 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing mvv-aanvraag wegens ondeugdelijke motivering en onvoldoende belangenafweging

Eisers, jongvolwassenen met Afghaanse nationaliteit, vroegen een mvv aan voor verblijf als familieleden bij hun vader, de referent. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de familierechtelijke relatie niet aannemelijk was en er geen sprake zou zijn van beschermenswaardig familie- of gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro. Eisers stelden dat zij voldoende documenten hadden overlegd, waaronder originele huwelijksakten, en dat verweerder deze onvoldoende had onderzocht en gemotiveerd.

De rechtbank oordeelde dat verweerder niet duidelijk had gemaakt welke documenten waren onderzocht en welke waarde daaraan werd gehecht. Ook was niet gereageerd op de originele huwelijksakte, waardoor het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd. Daarnaast had verweerder onvoldoende rekening gehouden met bijkomende elementen van afhankelijkheid, zoals de evacuatiegeschiedenis en de gevaarlijke situatie in Afghanistan, die eisers hadden aangevoerd.

De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht vond dat eisers niet onder het jongvolwassenenbeleid vielen vanwege het vormen van een zelfstandig gezin, maar dat verweerder wel alle relevante omstandigheden had moeten betrekken bij de beoordeling van bijkomende afhankelijkheid. Het niet betrekken van deze omstandigheden vormde een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek.

Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eisers.

Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en onvoldoende belangenafweging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.34646

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer 1], eiser

[eiseres], V-nummer: [v-nummer 2], eiseres
hierna tezamen: eisers
(gemachtigde: mr. I.C. van Krimpen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van de aanvraag voor afgifte van een mvv. [1]
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 2 oktober 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 2 juli 2025 op het bezwaar van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] (referent) en de gemachtigde van eisers. Als tolk is verschenen M. Masshoor. Verweerder heeft zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1997 en eiseres op [geboortedatum 2] 1999. Beiden hebben de Afghaanse nationaliteit. Referent is de vader van eiser en de schoonvader van eiseres. Hij heeft op 22 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een mvv voor eisers met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ bij referent.
3. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen. Verweerder vindt dat de familierechtelijke relatie niet aannemelijk is gemaakt. Eisers krijgen het voordeel van de twijfel, maar er wordt geen nader onderzoek opgestart omdat er volgens verweerder geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM [2] . Het jongvolwassenenbeleid is niet van toepassing en tussen referent en eisers is geen sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Om die reden heeft verweerder geen belangenafweging gemaakt zoals bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM.

Wat vinden eisers in beroep?

4. Eisers zijn het niet eens met het bestreden besluit en hebben daarvoor – kort samengevat – de volgende argumenten. Allereerst stellen eisers dat zij verschillende originele documenten naar Bureau Documenten (BD) hebben gestuurd en dat deze zijn teruggeven aan referent, maar dat onduidelijk is of BD deze documenten heeft onderzocht. Volgens eisers is de beslissing op bezwaar wat betreft de beoordeling van de familierechtelijke relatie tussen referent en eisers onzorgvuldig tot stand gekomen en ondeugdelijk gemotiveerd, ook omdat er geen integrale beoordeling lijkt te hebben plaatsgevonden. Verder heeft verweerder miskend dat de familierechtelijke relatie tussen referent en eisers is aangetoond. Referent is nu wel in het bezit van een originele huwelijksakte van eisers. Eisers verzoeken verweerder de documenten alsnog te onderzoeken en een integrale beoordeling te maken. Ook vinden eisers dat er wel sprake is van beschermenswaardig familieleven: eisers vallen onder het jongvolwassenenbeleid en tussen referent en eisers is bovendien sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Eisers stellen dat de vraag of er sprake is van beschermenswaardig familieleven door de rechter vol en ex-nunc getoetst moet worden. Omdat wel sprake is van beschermenswaardig familieleven heeft verweerder ten onrechte geen belangenafweging gemaakt.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eisers kon afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers. De rechtbank geeft eisers deels gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
De familierechtelijke relatie tussen eisers en referent
6. De rechtbank stelt vast dat eisers bij hun aanvraag kopieën van hun paspoort en van hun e-Tazkera (Afghaanse identiteitskaart) en een kopie van hun huwelijksakte hebben overlegd. In het primaire besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eisers hun identiteit met de kopieën van het paspoort aannemelijk hebben gemaakt. De familierechtelijke relatie is volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt, omdat eisers enkel een kopie van hun huwelijksakte hebben overgelegd. Vervolgens heeft verweerder eisers het voordeel van de twijfel gegeven. Omdat volgens verweerder echter geen sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven, is er geen nader onderzoek opgestart.
6.1
In bezwaar hebben eisers bij brief van 13 december 2023 meerdere documenten overgelegd, waaronder kopieën van hun geboortecertificaten en middelbare schooldiploma’s. In het dossier bevinden zich verder stukken waaruit blijkt dat eisers op 30 april 2025 nog een aantal documenten naar verweerder hebben opgestuurd met het verzoek deze te onderzoeken, waaronder vijf originele identiteitskaarten [3] en een originele trouwakte van referent en zijn echtgenote. Bij brief van 16 mei 2025 heeft verweerder deze originele documenten aan referent geretourneerd. In deze brief staat dat de documenten zijn onderzocht door een document-expert, waarbij is gespecificeerd om welke documenten het gaat. De rechtbank volgt eisers daarom niet in hun standpunt dat onduidelijk is welke documenten BD heeft onderzocht. Wel volgt de rechtbank eisers in hun standpunt dat uit de brief van 16 mei 2025 of welk ander stuk in het dossier dan ook niet blijkt wat uit het documentenonderzoek is gekomen.
6.2.
In het bestreden besluit heeft verweerder over de familierechtelijke relatie tussen referent en eisers het standpunt ingenomen dat eisers enkel kopieën van de documenten met betrekking tot de familierechtelijke relatie hebben overgelegd en dat de verklaringen van eisers in combinatie met de overgelegde kopieën onvoldoende zijn om de familierechtelijke relatie aan te nemen. De rechtbank vindt deze motivering onvoldoende, omdat daaruit niet blijkt of verweerder de op 30 april 2025 overgelegde documenten heeft betrokken en welke waarde hij aan deze documenten hecht. Daar komt bij dat eisers in hun aanvullende beroepsgronden van 23 december 2025 hebben gesteld dat referent inmiddels in het bezit is van de originele huwelijksakte van eisers. Zij hebben verweerder daarbij verzocht hen het ‘aanvraagformulier documentenonderzoek’ te doen toekomen. Nu verweerder zich voor de zitting heeft afgemeld en geen verweerschrift heeft ingediend, is voor de rechtbank onduidelijk gebleven of verweerder de bij brief van 30 april 2025 overgelegde documenten in de beoordeling heeft betrokken en welke waarde hij daaraan hecht. Daarmee is het standpunt van verweerder – namelijk dat de familierechtelijke relatie tussen eisers en referent niet is aangetoond – ondeugdelijk gemotiveerd en is het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand gekomen. Verder stelt de rechtbank vast dat verweerder niet heeft gereageerd op de (aangekondigde) originele huwelijksakte, wat de motivering van verweerder ook onhoudbaar maakt. De rechtbank zal verweerder opdragen de originele huwelijksakte te onderzoeken en te motiveren welke waarde hij hieraan en aan de andere ingediende (kopieën) van documenten hecht.
Beschermenswaardig familieleven tussen eisers en referent
Toetsingsintensiteit door de rechtbank
7. Uit jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter volgt dat de rechtbank volledig mag toetsen welke omstandigheden verweerder had moeten betrekken bij de beoordeling of familie- en gezinsleven bestaat en of verweerders motivering daarbij deugdelijk is. De rechtbank moet de uitkomst van die beoordeling met enige terughoudendheid toetsen, omdat de uitkomst volgt uit een weging van omstandigheden. [4] Dit kader geldt voor zowel de toetsing of eisers vallen onder het jongvolwassenenbeleid, als voor de beantwoording van de vraag of tussen eisers en referent sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De rechtbank volgt eisers dus niet in hun standpunt dat de uitkomst van de beoordeling door de rechtbank vol getoetst moet worden, zoals door deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam is geoordeeld. [5]
Jongvolwassenenbeleid
7.1.
Verweerder gebruikt het jongvolwassenenbeleid om vast te stellen of tussen een meerderjarig kind en zijn ouder(s) familie- of gezinsleven bestaat als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM, zonder dat daarvoor bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn vereist. Het jongvolwassenenbeleid bevat vier cumulatieve vereisten: het meerderjarig kind moet jongvolwassen zijn, met zijn ouder(s) in gezinsverband samenleven, niet in zijn eigen onderhoud voorzien en geen zelfstandig gezin hebben gevormd. [6]
7.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder mocht vinden dat eiser niet valt onder het jongvolwassenenbeleid. Verweerder heeft alle relevante omstandigheden betrokken, waaronder het huwelijk van eiser. Verweerder heeft het huwelijk van eiser een sterke indicatie mogen vinden dat hij een zelfstandig gezin heeft gevormd. Bovendien zijn er – anders dan eisers stellen – geen bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in de door eisers aangehaalde uitspraak van de Afdeling [7] die maken dat verweerder in dit geval aan het huwelijk geen zwaar gewicht mocht toekennen. Nu de vereisten om te vallen onder het jongvolwassenenbeleid cumulatief zijn, is het vormen van een zelfstandig gezin voldoende om te kunnen stellen dat eiser niet onder het jongvolwassenenbeleid valt.
Bijkomende elementen van afhankelijkheid
7.3.
Nu verweerder mocht vinden dat eiser niet valt onder het jongvolwassnenebeleid, moet hij beoordelen of er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid op grond waarvan beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen referent en eisers moet worden aangenomen. [8] Uit vaste rechtspraak van het EHRM [9] volgt dat relaties tussen volwassen familieleden onder de bescherming van artikel 8 van Pro het EVRM kunnen vallen, als er tussen hen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen. [10] Bij de beoordeling van de vraag of er tussen volwassen familieleden bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, moet verweerder alle individuele omstandigheden van het geval betrekken. Zo kan van belang zijn de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de medische omstandigheden, de banden met het land van herkomst en of de gezinsleden hebben samengewoond. Het is aan de betrokken vreemdeling om te stellen, en zoveel mogelijk te onderbouwen, uit welke feiten en omstandigheden de bijkomende elementen van afhankelijkheid zouden kunnen blijken. Het is vervolgens aan verweerder om te beoordelen of er daadwerkelijk bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan. Deze beoordeling is van feitelijke aard.
7.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet alle relevante omstandigheden betrokken bij de beoordeling of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Verweerder heeft wel betrokken dat eisers tot het vertrek naar Nederland met referent hebben samengewoond, de financiële en materiele afhankelijkheid tussen hen, de gezondheid van eisers en hun banden met het land van herkomst. Maar verweerder heeft niet betrokken de omstandigheden dat referent in Afghanistan jarenlang bij Oxfam heeft gewerkt en dat zowel referent als eisers gezamenlijk op de Oxfam-evacuatielijst naar Italië stonden, maar dat deze evacuatie is mislukt vanwege de chaos op het vliegveld in Kabul destijds. Alleen referent, zijn echtgenote en hun drie andere jongvolwassen kinderen zijn uiteindelijk met behulp van het ministerie van Buitenlandse Zaken uit Afghanistan geëvacueerd, waarbij eisers in Afghanistan zijn achtergebleven en stellen daar gevaar te lopen. Uit het dossier blijkt dat eisers deze omstandigheden al expliciet in hun bezwaargronden hebben opgenomen, waarbij ook een kopie van de desbetreffende evacuatielijst is overgelegd. Verweerder is hier in het bestreden besluit niet op ingegaan. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend en is ook niet ter zitting verschenen, zodat de rechtbank verweerder hier ook niet over heeft kunnen bevragen. Verweerder had deze omstandigheden wel moeten betrekken. Het niet betrekken ervan levert dan ook een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek op. De rechtbank zal de rechtbank opdragen een nieuwe beoordeling te verrichten, waarbij hij de hiervoor genoemde omstandigheden moet betrekken.

Conclusie en gevolgen

8. De rechtbank komt gezien de overwegingen 6.2 en 7.4 tot de conclusie dat het bestreden besluit ondeugdelijk is gemotiveerd en niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Daarmee is het beroep gegrond en zal de rechtbank het bestreden besluit vernietigen. Verweerder moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van acht weken.
9. Verweerder moet de proceskosten van eisers vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand op een bedrag van € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, beiden met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Ook moet verweerder het door eisers betaalde griffierecht aan hen vergoeden.

Beslissing

De rechtbank;
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op om binnen acht weken na dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
  • veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.868,-;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eisers te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Machtiging tot voorlopig verblijf.
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Van referent en zijn echtgenote, twee zussen en een broer van eiser.
4.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 29 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2145.
5.Zie onder meer de uitspraak van 20 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:22362.
6.Paragraaf B7/3.8.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
7.Uitspraak van de Afdeling van 4 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4012.
8.Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 29 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2146.
9.Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
10.Zie onder meer uitspraak van het EHRM van 2 september 2022 (Azerkane/Nederland), ECLI:CE:ECHR:2020:0602JUD000313816.