ECLI:NL:RBDHA:2026:15111

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
C/09/692589 / HA ZA 25-866
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:83 BWArt. 6:87 BWArt. 6:96 BWArt. 6:97 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid aannemer voor gebreken dakbedekkingswerkzaamheden en schadevergoeding

Bouwbedrijf Leiden vordert schadevergoeding van Akmo Dak wegens gebreken aan dakbedekkingswerkzaamheden uitgevoerd aan een woning in Leiden. Akmo Dak voerde verweer dat zij niet aansprakelijk is vanwege aanvaarding van het werk bij oplevering en gebreken aan de onderconstructie.

De rechtbank stelt vast dat de overeenkomst kwalificeert als aanneming van werk en dat Akmo Dak is ontslagen van aansprakelijkheid voor gebreken die bij oplevering redelijkerwijs ontdekt hadden moeten worden. Voor twee specifieke gebreken, waaronder een te kort afgesneden onderdakfolie en een te korte ondersteek, is Akmo Dak wel aansprakelijk.

De garantie van Akmo Dak geldt alleen voor lekkages door onjuist aangebrachte dakbedekking of materiaalgebreken en niet voor constructiefouten. Bouwbedrijf Leiden heeft de schade niet nauwkeurig onderbouwd, waardoor de rechtbank de schade schat op circa 10% van de gevorderde hoofdsom. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Akmo Dak wordt veroordeeld tot betaling van €3.439,76 plus wettelijke rente vanaf 22 september 2025 en de proceskosten.

Uitkomst: Akmo Dak is deels aansprakelijk voor gebreken en veroordeeld tot betaling van €3.439,76 plus rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/692589 / HA ZA 25-866
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
BOUWBEDRIJF LEIDEN B.V.te Leiderdorp,
eiseres,
hierna te noemen: Bouwbedrijf Leiden,
advocaat: mr. Y.A. Rampersad,
tegen
AKMO DAK B.V.te Den Haag,
gedaagde,
hierna te noemen: Akmo Dak,
advocaat: mr. Z.N. Aliar.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 september 2025, met producties 1 tot en met 31;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 32;
- de akte van Bouwbedrijf Leiden, met producties 32 tot en met 41, waaronder twee videobestanden; en
- de akte van Akmo Dak, met producties 33 tot en met 36.
1.2.
Op 13 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitaantekeningen toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen tijdens de zitting hebben gezegd.

2.De feiten

Op grond van de stukken en wat op de zitting besproken is, wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Op 19 januari 2021 heeft Akmo Dak een offerte uitgebracht voor dakbedekkingswerkzaamheden voor een project van Bouwbedrijf Leiden. Het project zag op bouwwerkzaamheden aan meerdere woningen aan de [straatnaam] in Leiden, waaronder de woning gelegen aan de [adres]. In de offerte van Akmo Dak is onder meer het volgende vermeld:

[adres]:Opbranden bitumen opstand, inplakken lichtkoepel, 1 zinken gootbodem achter, hwa PVC 80mm achter, lev. + aanbrengen., 1 verdieping gedeelde zinken hwa voorgevel, 0,5 post (gedeelde kosten met buren, 31),zinken bakgoot voor.
En:

Garantie*
BijimpRoof[Rb: een handelsnaam van Akmo Dak.]
bent u verzekerd van de beste garantievoorwaarden op alle door haar geleverde dakbedekking materialen.
De garantie geldt voor alle lekkages als gevolg van onjuist aanbrengen van de dakbedekkingsconstructie of de kwaliteit van de gebruikte materialen voor een periode van 10 jaar (kit en/of schilderwerk 5 jaar garantie).
2.2.
In het voorjaar van 2021 heeft Akmo Dak werkzaamheden uitgevoerd aan de woning aan de [adres]. Bouwbedrijf Leiden heeft de onderconstructies geleverd waar Akmo Dak de dakbedekking op heeft aangebracht. Akmo Dak heeft deze dakbedekking aangebracht in de werkplaats van Bouwbedrijf Leiden. Na de plaatsing van het dak heeft Akmo Dak de aansluitingen aan het bestaande werk gemaakt.
2.3.
Er is discussie ontstaan over de uitvoering van het werk door Akmo Dak. Op 25 mei 2021 heeft de Vereniging Dakbedekkingsbranche Nederland (hierna: Vebidak) in opdracht van Bouwbedrijf Leiden een inspectierapport opgeleverd met betrekking tot de werkzaamheden van Akmo Dak. Hierin is onder meer het volgende vermeld:

VEBIDAK adviseert de uitgevoerde dakbedekkingswerkzaamheden niet te accepteren. De aanbevelingen onder punt 9 dienen te worden opgevolgd om te komen tot een duurzame waterdichte zinken gevel en gootbekleding.
2.4.
Op 3 juni 2021 heeft Akmo Dak het werk hervat. Op 8 juli 2021 heeft Bouwbedrijf Leiden een e-mail verstuurd aan Akmo Dak, waarin onder meer het volgende is vermeld:

Gister hebben wij de oplevering gedaan van jullie werkzaamheden aan de [straatnaam]. Er zijn nog twee kleine puntjes die door jullie afgewerkt moeten worden:
Boorgaatjes/ pluggen in voorgevel wegwerken op [huisnummer]
Bochten aanbrengen aan onderkanten regenpijpen achrezijde, 2 st.
2.5.
Op 27 juli 2021 heeft Bouwbedrijf Leiden een e-mail verstuurd aan Akmo Dak, waarin onder meer staat:

Ik ben vanaf morgen op vakantie tot eind augustus, stuur het eindfactuur maar op.
De afspraak op locatie en afrekening resterend deel meerwerk dan maar even vooruit schuiven tot na de vakantie. Kunnen we gelijk zien of het dan mogelijk wel is opgedroogd.
2.6.
Er is lekkage ontstaan aan de [adres]. Op 7 februari 2022 heeft LEKK B.V. (hierna: LEKK) in opdracht van Bouwbedrijf Leiden een rapport opgeleverd over de vochtproblematiek. In het rapport is onder meer het volgende vermeld:

Aan de onderzijde van het dakgedeelte, boven de vochtschade, is de onderdakfolie over een aantal centimeter te kort. Hier stroomt condenswater onder de dakfolie.
2.7.
In de daaropvolgende periode is er meerdere keren contact geweest tussen partijen.
2.8.
Op 16 juni 2022 heeft Akmo Dak nadere werkzaamheden aan het dak van de woning aan de [adres] uitgevoerd.
2.9.
Op 14 november 2022 heeft CRR Lekdetectie B.V. vochtonderzoek gedaan in de woning aan de [adres]. CRR Lekdetectie B.V. heeft daarbij vastgesteld dat nog steeds sprake was van lekkageproblemen.
2.10.
Bij e-mail van 5 juli 2024 schrijft Bouwbedrijf Leiden:

Wij hebben al geruime tijd contact over een gezamenlijk project “dakopbouw [adres] te Leiden”. Helaas blijkt dat de dakopbouw, specifiek de dakkapel aansluiting, niet goed is uitgevoerd. Bouwbedrijf Leiden heeft meerdere pogingen gedaan om de lekkages en gevolgschade te verhelpen. Bouwbedrijf Leiden heeft daar inmiddels veel kosten voor gemaakt.
2.11.
Per e-mail van 17 december 2024 schrijft Akmo Dak:
“Wij zijn een professionele organisatie en altijd bereid mee te denken in oplossingen. Vandaar ook onze aanwezigheid op de [adres] te leiden.
Echter na ons laatste bezoek en de constateringen die wij daar gedaan hebben stellen wij ons op het standpunt dat de ontstane problematiek absoluut niet aan ons toe te wijzen is.
Graag bevestig ik dan ook via deze weg dat wij niet bereid zijn over te gaan tot kosteloos herstel.”
2.12.
Op 11 maart 2025 heeft [bedrijfsnaam] een rapport opgeleverd over het dak van [adres]. [bedrijfsnaam] schrijft dat er verschillende gebreken zouden zijn geconstateerd, waaronder dat de onderfolie te kort is afgesneden. [bedrijfsnaam] heeft onder meer geadviseerd om de bestaande zinken bekleding te demonteren en opnieuw aan te brengen of - als dat niet mogelijk is - te vervangen door nieuwe zinken bekleding.
2.13.
[bedrijfsnaam] heeft een offerte uitgebracht aan Bouwbedrijf Leiden voor het herstel van de felskap van het dak van de woning aan de [adres] voor een bedrag van € 25.421,11.

3.Het geschil

3.1.
Bouwbedrijf Leiden vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Akmo Dak veroordeelt tot betaling van de hoofdsom van € 25.421,11 en € 1.029,21 aan buitengerechtelijke incassokosten, beide te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 17 december 2024;
II. Akmo Dak veroordeelt tot betaling van € 2.393,86;
III. Akmo Dak veroordeelt in de kosten van de procedure.
3.2.
Bouwbedrijf Leiden legt daaraan – samengevat – het volgende ten grondslag. Het werk van Akmo Dak bevat gebreken, die zij moet herstellen. Door deze gebreken ontstaan ook lekkages, zodat Bouwbedrijf Leiden een beroep kan doen op de garantie die Akmo Dak heeft afgegeven. Akmo Dak heeft op 17 december 2024 aangekondigd niet over te gaan tot kosteloos herstel. Bouwbedrijf Leiden maakt daarom niet langer aanspraak op nakoming, maar op vervangende schadevergoeding van € 25.421,11. Daarnaast vordert Bouwbedrijf Leiden op grond van artikel 6:96 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) vergoeding van kosten ter voorkoming en beperking van schade (€ 292,50) en ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (€ 2.101,36).
3.3.
Akmo Dak voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Bouwbedrijf Leiden in de proceskosten, vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente.
3.4.
Akmo Dak betwist dat sprake is van gebreken aan haar werk. Akmo Dak betwist ook dat Bouwbedrijf Leiden schade heeft, omdat Bouwbedrijf Leiden niet aansprakelijk is gesteld door haar klant. Akmo Dak voert als verweer dat verschillende gebreken zijn ontstaan doordat de onderconstructie die door Bouwbedrijf Leiden was aangeleverd gebrekkig was. De garantie van Akmo Dak ziet alleen op lekkages als gevolg van onjuiste aangebrachte dakbedekking of materiaalgebreken en strekt zich niet uit tot constructie- of ontwerpfouten van Bouwbedrijf Leiden. Een eventuele garantieaanspraak is tevens vervallen omdat Bouwbedrijf Leiden derden heeft ingeschakeld die de door Akmo Dak aangebrachte dakbedekking hebben verwijderd, losgetrokken en/of verwijderd. Ook heeft Bouwbedrijf Leiden de door haar gestelde gebreken bij de oplevering geaccepteerd, zodat Akmo Dak is ontslagen van aansprakelijkheid. Tot slot stelt Akmo Dak dat Bouwbedrijf Leiden haar rechten heeft verwerkt.
3.5.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De gebreken volgens Bouwbedrijf Leiden
4.1.
De rechtbank begrijpt dat partijen zijn overeengekomen dat Akmo Dak voor Bouwbedrijf Leiden een zinken dak en een plat dak met bitumen zou aanbrengen. Deze overeenkomst kwalificeert als aanneming van werk in de zin van artikel 7:750 BW Pro.
4.2.
Volgens Bouwbedrijf Leiden is Akmo Dak haar verplichtingen ondeugdelijk nagekomen. Bouwbedrijf Leiden heeft voor de gestelde gebreken en de onderbouwing daarvan grotendeels volstaan met niet nader gespecificeerde verwijzingen naar de rapporten van Vebidak, LEKK en [bedrijfsnaam]. De rechtbank heeft aan de hand van die stukken en nadat Bouwbedrijf Leiden dat ter zitting desgevraagd heeft toegelicht, het standpunt van Bouwbedrijf Leiden aldus begrepen dat – samengevat – sprake zou zijn van de volgende gebreken:
het afschot in de goten is plaatselijk matig;
op zeer veel plaatsen is de zinken gevel en gootbekleding op een rommelige wijze aangebracht;
de hoeken van de zinken kappen zijn niet correct ingeknipt;
de goten zijn niet altijd hoog genoeg aangebracht;
diverse aansluitingen zijn te laag of te kort uitgevoerd;
verschillende soldeernaden zijn rommelig uitgevoerd;
er zijn diverse loden slabben toegepast om oneffenheden en foutieve aansluitingen te overbruggen;
verschillende afdekkappen zijn te lang/te kort;
het afschot op het dak is matig en er blijft op diverse plaatsen een ruime hoeveelheid water op het dak staan;
er zijn verschillende gemodificeerde bitumen met elkaar gecombineerd, de lagen dakbedekking zijn onvoldoende aan elkaar verkleefd en de onderlaag is alleen mechanisch in de overlappen bevestigd;
de zinken deklijsten zijn niet altijd correct aangebracht: op meerdere plaatsen is er beweging van de afdekkappen mogelijk, de soldeernaden van de zinkdakkappen zijn slordig gerealiseerd en de expansiestukken in de zinken deklijsten ontbreken;
de hemelwaterafvoeren zijn niet verdiept aangebracht en de stroken dakbedekking ten behoeve van dilataties zijn niet altijd volledig gekleefd;
de zinken gevel en gootbekleding is niet (altijd) uitgevoerd conform URL 0299 / 15 d.d. 4 juni 2015;
de dakbedekkingswerkzaamheden zijn niet (altijd) uitgevoerd conform Vakrichtlijn “Gesloten Dakbedekkingssystemen” en verwerkingsvoorschriften van de fabrikant of leverancier
door het ontbreken van ventilatieopeningen aan de dakvoet ontstaat condensatie onder het dak;
aan de onderzijde van het dakgedeelte is de onderdakfolie over een aantal centimeter te kort;
de uitvoering is slecht waardoor water naar binnen kan lopen;
de dorpel ligt op tegenschot waardoor het water naar binnen loopt;
er is slecht ingeknipt;
de aansluiting bij de buren is niet juist, zink zit los en er is slecht gesoldeerd;
de fels is te ver ingesneden of ingeknipt;
de passtroken waren te kort; en
de ondersteek is te kort aangebracht.
4.3.
De rechtbank zal bij de beoordeling van de gestelde gebreken deze nummering aanhouden. De rechtbank merkt hierbij op dat voor haar, ook bij nadere bestudering daarvan en na de toelichting door Bouwbedrijf Leiden ter zitting, niet inzichtelijk is geworden hoe de inhoud van de akte met producties 32 tot en met 41 van Bouwbedrijf Leiden zich verhoudt tot bovenstaande door de rechtbank samengestelde lijst van gestelde gebreken. Ook hier wreekt het zich dat Bouwbedrijf Leiden geen inzichtelijke en per gebrek onderbouwde lijst met door de rechtbank te beoordelen gebreken heeft samengesteld. Dit had wel op haar weg gelegen. Voor zover Bouwbedrijf Leiden in de akte nieuwe gebreken naar voren heeft gebracht, dan is dat in strijd met de goede procesorde, omdat tevens niet duidelijk is gemaakt dat dit gebreken zouden zijn die niet reeds bij dagvaarding aan de orde hadden kunnen worden gesteld.
De garantiebepaling
4.4.
Bouwbedrijf Leiden heeft in algemene zin gesteld dat Akmo Dak tot kosteloos herstel over moet gaan van alle door Bouwbedrijf Leiden gestelde gebreken, omdat zij daarvoor een garantie van tien jaar zou hebben afgegeven. Ter zitting heeft de rechtbank begrepen dat Bouwbedrijf Leiden die garantie zo uitlegt dat Akmo Dak gehouden is alle lekkages aan het dak te herstellen. Deze uitleg is door Akmo Dak betwist. De uitleg die Bouwbedrijf Leiden aan de garantie geeft, blijkt niet uit de tekst, aldus Akmo Dak.
4.5.
Akmo Dak heeft aangevoerd dat zij conform de tekst van haar offerte uitsluitend een garantie heeft willen verstrekken voor lekkages die het gevolg zijn van onjuist aangebrachte dakbedekking of materiaalgebreken. Een verdergaande garantie, met name ten aanzien van ontwerp- of constructiegebreken van de onderbouw zou niet zijn overeengekomen. Ook calamiteiten als gevolg van onjuist gebruik of door derden aangebrachte materialen zijn uitgesloten.
4.6.
Akmo Dak heeft in de eerste plaats gemotiveerd betwist dat een beroep op de garantiebepaling kan worden gedaan, omdat van geen van de door Bouwbedrijf Leiden gestelde gebreken duidelijk is geworden of ze daadwerkelijk lekkage veroorzaken, laat staan welke. Daarnaast is volgens Akmo Dak van belang dat het hele project ten aanzien van alle woningen aan de [straatnaam] is opgeleverd met slechts twee opleverpunten. Blijkbaar was er op dat moment geen sprake van onjuist aangebrachte dakbedekking of materiaalgebreken en dat mocht er sprake zijn van gebreken, dat het resultaat is van het werk van anderen die na Akmo Dak aan het dak hebben gewerkt. De garantie vervalt volgens Akmo Dak wanneer anderen aan het dak hebben gewerkt.
4.7.
Bouwbedrijf Leiden heeft dit niet gemotiveerd weersproken en heeft volstaan met de blote stelling dat Akmo Dak alle gebreken zou moeten verhelpen. Zij heeft daarbij geen andere omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat partijen zijn overeengekomen dat Akmo Dak iedere lekkage aan het dak moet herstellen, laat staan tot herstel over moet gaan van gebreken waarvan niet duidelijk is of deze lekkage veroorzaken. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de garantiebepaling geen grondslag biedt om aan te nemen dat Akmo Dak aansprakelijk is voor lekkages waarvan niet is vast komen te staan dat die zijn ontstaan als gevolg van haar eigen (gebrekkige) werk, terwijl wel vast is komen te staan dat anderen na Akmo Dak ook werkzaamheden aan de dakbedekking hebben uitgevoerd. Bij beoordeling van de aansprakelijkheid voor de door Bouwbedrijf Leiden gestelde verweren zal de rechtbank de garantiebepaling buiten beschouwing laten en overgaan tot beoordeling van de gestelde gebreken.
Akmo Dak is ontslagen van aansprakelijkheid voor nummers 1 tot en met 15, 18 en 22
4.8.
Akmo Dak voert aan dat zij is ontslagen van aansprakelijkheid, omdat Bouwbedrijf Leiden het werk van Akmo Dak op 7 juli 2021 heeft aanvaard en deze punten zonder voorbehoud heeft geaccepteerd. Dit verweer slaagt voor punten 1 tot en met 15, 18 en 22. De rechtbank licht dit als volgt toe.
4.9.
Op grond van artikel 7:758 lid 3 BW Pro is een aannemer ontslagen van aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. De nieuwe regeling voor oplevering van bouwwerken in artikel 7:758 lid 4 BW Pro is niet van toepassing op aannemingsovereenkomsten die vóór
1 januari 2024 zijn gesloten, [1] zoals het geval is voor de overeenkomst tussen Bouwbedrijf Leiden en Akmo Dak.
4.10.
De rechtbank is van oordeel dat het werk van Akmo Dak is opgeleverd op
7 juli 2021. Van oplevering is sprake wanneer de aannemer te kennen heeft gegeven dat het werk klaar is en de opdrachtgever het werk aanvaardt. [2] Uit de e-mail van 8 juli 2021 blijkt dat de dag ervoor sprake is geweest van een oplevering. Uit de e-mail blijkt dat het werk met uitzondering van twee opleverpunten is aanvaard door Bouwbedrijf Leiden. Die twee punten zijn overigens geen gebreken waarvan Bouwbedrijf Leiden in deze procedure vervangende schadevergoeding vordert.
4.11.
De verwijzing van Bouwbedrijf Leiden naar haar e-mail van 27 juli 2021 maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Uit die e-mail blijkt dat partijen nog in gesprek waren over een eindfactuur en de afrekening van meerwerk. Een oplevering ziet echter op het overeenkomstig de inhoud en strekking van de overeenkomst ter beschikking stellen van het werk aan de opdrachtgever na voltooiing. [3] Dat er nog een (nadere) financiële afwikkeling van het werk zou volgen doet daar niet aan af. Bouwbedrijf Leiden heeft er ter onderbouwing van haar standpunt dat er nog niet zou zijn opgeleverd ook op gewezen dat Akmo Dak later in gesprek is gebleven over herstel, onder meer in 2022 en in 2024. Wat daar ook van zij, ook dit staat er niet aan in de weg dat het werk op 7 juli 2021 wel al is opgeleverd en ter beschikking is gesteld aan Bouwbedrijf Leiden.
4.12.
Het voorgaande betekent dat Akmo Dak vanaf 7 juli 2021 is ontslagen van aansprakelijkheid voor alle gebreken die Bouwbedrijf Leiden op dat moment redelijkerwijs had moeten ontdekken en dat geldt naar het oordeel van de rechtbank dus voor punten 1 tot en met 15, 18 en 22.
4.13.
Punten 1 tot en met 14 zijn reeds benoemd in het rapport van Vebidak van 25 mei 2021. Nadat partijen het rapport hadden besproken, heeft Akmo Dak haar werkzaamheden hervat. De rechtbank is van oordeel dat het op de weg van Bouwbedrijf Leiden had gelegen om vervolgens bij de oplevering op 7 juli 2021 te controleren of deze bij haar bekende gebreken inmiddels verholpen waren. De nu gestelde gebreken 1 tot en met 14 had zij dan redelijkerwijs moeten ontdekken.
4.14.
De rechtbank is voorts van oordeel dat zowel de ventilatieopeningen als de dorpel zichtbaar moeten zijn geweest bij de oplevering. Bouwbedrijf Leiden had punten 15 en 18 daarom ook redelijkerwijs moeten ontdekken.
4.15.
Ten aanzien van punt 22 heeft Bouwbedrijf Leiden toegelicht dat zij Akmo Dak in een e-mail van 17 mei 2021 op de te korte passtroken heeft gewezen. Zij was dus hier al eerder mee bekend en zij had kunnen en moeten controleren of de lengte van de passtroken inmiddels voldeed. Ook dat gestelde gebrek had Bouwbedrijf Leiden dus redelijkerwijs moeten ontdekken op het tijdstip van oplevering.
4.16.
Nu de rechtbank voor bovengenoemde punten niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling, behoeven de overige verweren van Akmo Dak met betrekking tot die punten - waaronder het verweer dat sommige gestelde gebreken het gevolg zijn van de door Bouwbedrijf Leiden aangeleverde onderconstructie - daarom geen bespreking.
Akmo Dak is niet aansprakelijk voor nummers 17 en 19 tot en met 21
4.17.
De rechtbank begrijpt het standpunt van Bouwbedrijf Leiden met betrekking tot de gestelde gebreken 17 en 19 tot en met 21 aldus dat deze op het tijdstip van de oplevering nog niet zichtbaar waren. Deze gebreken zouden pas na oplevering zijn veroorzaakt door Akmo Dak, aldus Bouwbedrijf Leiden. De rechtbank komt tot het oordeel dat Akmo Dak niet aansprakelijk is voor deze gebreken en licht dit als volgt toe.
4.18.
Partijen hebben ter zitting toegelicht dat Akmo Dak na oplevering op verschillende momenten is teruggekomen om werkzaamheden uit te voeren. Deze werkzaamheden waren gericht op het verhelpen van de lekkage aan het dak van de woning aan de [adres]. Volgens Akmo Dak heeft zij deze werkzaamheden uit coulance aangeboden. De rechtbank begrijpt dat Bouwbedrijf Leiden stelt dat Akmo Dak bij die latere (herstel)werkzaamheden onzorgvuldig heeft gewerkt, waardoor punten 17 en 19 tot en met 21 zijn ontstaan aan het opgeleverde werk.
4.19.
De rechtbank is van oordeel dat voor zover vast is komen te staan dat deze punten gebreken betreffen, niet is vast komen te staan dat Akmo Dak deze gebreken heeft veroorzaakt. Uit het rapport van [bedrijfsnaam] blijkt dat de punten 17 en 19 tot en met 21 in elk geval op 28 november 2024 aanwezig waren. Akmo Dak heeft gemotiveerd betwist dat Akmo Dak bij haar latere werkzaamheden de gebreken heeft veroorzaakt en er daarbij onder meer op heeft gewezen dat ook anderen werkzaamheden op het dak hebben uitgevoerd. Het lag onder die omstandigheden op de weg van Bouwbedrijf Leiden om nader te onderbouwen waaruit blijkt dat Akmo Dak degene is die deze gebreken aan het dak heeft veroorzaakt. Bouwbedrijf Leiden heeft haar stelling echter niet nader onderbouwd.
4.20.
De garantie die door Akmo Dak zou zijn afgegeven maakt dit dus ook niet anders. Ook in dit geval is niet vast komen te staan dat er sprake is van het onjuist aanbrengen van dakbedekking door Akmo Dak. De garantie biedt geen grondslag om aan te nemen dat Akmo Dak aansprakelijk is voor lekkages die niet zijn ontstaan als gevolg van haar werk.
4.21.
De overige verweren met betrekking tot deze gebreken behoeven daarom geen bespreking.
Akmo Dak is aansprakelijk voor nummers 16 en 23
Onderdakfolie
4.22.
Bouwbedrijf Leiden heeft gesteld dat de onderdakfolie aan de onderkant van het dak te kort is afgesneden. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een gebrek waar Akmo Dak in beginsel aansprakelijk voor is. De rechtbank licht dit als volgt toe.
4.23.
Bouwbedrijf Leiden heeft gesteld dat de reeds op de onderconstructie aangebrachte folie lang genoeg was toen Bouwbedrijf Leiden de onderconstructie aan Akmo Dak leverde. Bouwbedrijf Leiden heeft onbetwist gesteld dat de folie nu te kort is. Dit volgt ook uit de rapporten van LEKK en [bedrijfsnaam]. Akmo Dak betwist slechts dat zij de folie te kort heeft afgesneden. Volgens Akmo Dak hebben derden dit gedaan.
4.24.
De rechtbank is van oordeel dat Akmo Dak onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat zij de onderdakfolie te kort heeft afgesneden. Bouwbedrijf Leiden heeft namelijk toegelicht dat de ondersteek bovenop de onderdakfolie wordt geplaatst en zij heeft onbetwist gesteld dat het daardoor niet mogelijk is dat de folie is afgesneden nadat Akmo Dak de ondersteek had geplaatst. Bouwbedrijf Leiden heeft daarnaast onweersproken gesteld dat als de onderdakfolie reeds te kort zou zijn geweest toen Akmo Dak aanving met haar werk, het op de weg van Akmo Dak had gelegen daarvoor te waarschuwen zoals bepaald in artikel 7:754 BW Pro. Dat heeft zij niet gedaan.
4.25.
De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat, ofwel Akmo Dak de folie zelf te kort heeft afgesneden, ofwel Akmo Dak de ondersteek heeft aangebracht zonder aan Bouwbedrijf Leiden te melden dat de folie op dat moment te kort was. In beide gevallen is Akmo Dak aansprakelijk voor dit gebrek. Voor zover Akmo Dak de folie zelf te kort heeft afgesneden, geldt dat zij ondeugdelijk werk heeft geleverd. Voor zover Akmo Dak heeft verzuimd Bouwbedrijf Leiden op de hoogte te stellen van de te korte folie, geldt dat Akmo Dak ter zitting heeft toegelicht dat zij bekend is met de voor onderdakfolie geldende normen. Uit artikel 7:754 BW Pro volgt dat Akmo Dak een plicht had te waarschuwen voor gebreken afkomstig van de opdrachtgever, voor zover Akmo Dak deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen. Dit heeft zij niet gedaan en dus geldt dat de gevolgen daarvan op grond van artikel 7:760 lid 2 BW Pro voor haar rekening komen.
4.26.
Akmo Dak heeft nog gesteld dat niet de lengte van de folie, maar de folie zelf de oorzaak van de lekkage aan de [adres] is. De rechtbank is echter van oordeel dat het in dit geval niet relevant is of het soort folie dat is toegepast eventueel ook lekkage kan veroorzaken. Bouwbedrijf Leiden heeft voldoende onderbouwd dat de te korte folie het dak in ieder geval ondeugdelijk maakt.
Ondersteek
4.27.
Bouwbedrijf Leiden heeft ook gesteld dat de ondersteek van het dak te kort is. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een gebrek in het werk van Akmo Dak. De rechtbank licht dit als volgt toe.
4.28.
Bouwbedrijf Leiden heeft onweersproken gesteld dat de ondersteek 10 centimeter lang is, terwijl deze volgens de norm 30 centimeter lang zou moeten zijn. Bouwbedrijf Leiden heeft ook gesteld dat water niet goed wordt afgevoerd doordat de ondersteek te kort is. Akmo Dak heeft op haar beurt erop gewezen dat de ondersteek niet de oorzaak van lekkage kan zijn, omdat bij de inspectie bleek dat het onder de ondersteek droog was en er zelfs stof lag.
4.29.
Het feit dat de ondersteek niet de volgens de norm geldende lengte heeft, is voldoende om in dit geval te spreken van een gebrek.
Overige verweren van Akmo Dak slagen niet
4.30.
De overige verweren van Akmo Dak met betrekking tot de onderdakfolie en ondersteek slagen niet. Ten eerste is Akmo Dak niet ontslagen van aansprakelijkheid op grond van artikel 7:758 lid 3 BW Pro. Er is namelijk niet voldaan aan het vereiste dat Bouwbedrijf Leiden redelijkerwijs deze gebreken zou hebben moeten ontdekken. Het is niet gebleken dat Bouwbedrijf Leiden eerder bekend was met deze gebreken. Ze waren niet zichtbaar bij oplevering en werden ook niet genoemd in het rapport van Vebidak.
4.31.
Het beroep van Akmo Dak op rechtsverwerking slaagt ook niet. Volgens Akmo Dak zijn partijen op 26 juli 2021 overeengekomen het meerwerk van Akmo Dak te verrekenen met door Bouwbedrijf Leiden opgevoerde kosten. Volgens Akmo Dak was hiermee sprake van een financiële afwikkeling, waardoor Akmo Dak er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat Bouwbedrijf Leiden geen vordering meer zou instellen. De rechtbank gaat hier niet in mee. Akmo Dak heeft in het licht van de gemotiveerde betwisting van Bouwbedrijf Leiden namelijk onvoldoende onderbouwd dat de verrekening ook te gelden heeft als een financiële afwikkeling voor gebreken die op dat moment nog niet bekend waren.
Bouwbedrijf Leiden kan aanspraak maken op vervangende schadevergoeding
4.32.
Uit het voorgaande blijkt dat Akmo Dak de overeenkomst deels ondeugdelijk is nagekomen. Artikel 6:87 BW Pro bepaalt dat een verbintenis tot nakoming kan worden omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. Hiervoor is vereist dat Akmo Dak in verzuim is en dat Bouwbedrijf Leiden een omzettingsverklaring heeft uitgebracht aan Akmo Dak. Aan beide vereisten is voldaan. Akmo Dak heeft op 17 december 2024 gemeld niet bereid te zijn over te gaan tot kosteloos herstel. Zij is daarom op grond van artikel 6:83 aanhef Pro en onder c BW in verzuim. Bouwbedrijf Leiden heeft toegelicht dat de omzettingsverklaring besloten ligt in de dagvaarding. [4]
4.33.
Bij vervangende schadevergoeding heeft de schuldeiser recht op een vergoeding van de waarde van de prestatie. In dit geval betreft dat de kosten die Bouwbedrijf Leiden moet maken om de gebreken veroorzaakt door Akmo Dak te herstellen. Bouwbedrijf Leiden hoeft dus niet, zoals Akmo Dak stelt, aansprakelijk te zijn gesteld door haar eigen opdrachtgever.
4.34.
De rechtbank stelt vast dat Bouwbedrijf Leiden haar schade heeft willen onderbouwen met een offerte van [bedrijfsnaam]. Deze offerte is echter ongespecificeerd en verwijst slechts beperkt naar het werk dat onder de offerte valt. De rechtbank kan daarom de omvang van de schade niet nauwkeurig vaststellen. De wet bepaalt dat de rechter in zo’n geval de omvang van de schade kan schatten. [5] In dit geval zal de rechtbank daar om proceseconomische redenen ook toe over gaan. Omdat de offerte van [bedrijfsnaam] verder geen aanknopingspunten bevat, zal de rechtbank de schade schatten op basis van het aantal gebreken waarvoor Akmo Dak aansprakelijk is ten opzichten van het totale aantal gestelde gebreken. Dat komt neer op ongeveer 10%. Dit betekent dat de rechtbank de te vergoeden schade van Bouwbedrijf Leiden schat op € 2.500,00.
Akmo Dak is aansprakelijk voor de kosten van [bedrijfsnaam]
4.35.
Bouwbedrijf Leiden vordert naast de herstelkosten ook vergoeding van overige schade.
4.36.
Ten eerste vordert Bouwbedrijf Leiden vergoeding van de kosten voor het bekleden van de bovenkant van het dak met bitumen. De rechtbank wijst deze vordering af. Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub a BW Pro komen redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade voor vergoeding in aanmerking. Hiervoor is vereist dat deze schade verwacht mocht worden als gevolg van de gebeurtenis waarop aansprakelijkheid berust. De rechtbank heeft in dit geval alleen aansprakelijkheid vastgesteld voor gebreken die zien op het aflopende deel van het dak en niet op de bovenkant van het dak. De kosten voor het bekleden van de bovenkant van het dak houden dus geen verband met een gebrek waarvoor Akmo Dak aansprakelijkheid is.
4.37.
Bouwbedrijf Leiden vordert ook vergoeding van de kosten voor de rapporten van Vebidak en [bedrijfsnaam]. De rechtbank wijst deze vordering alleen toe ten aanzien van het rapport van [bedrijfsnaam]. Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro komen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank heeft in 4.30 toegelicht dat de gebreken waar Akmo Dak aansprakelijk voor is niet zijn genoemd in het rapport van Vebidak. Bouwbedrijf Leiden heeft met het rapport van [bedrijfsnaam] wel onderbouwd dat de onderdakfolie te kort was afgesneden. De kosten voor het rapport van [bedrijfsnaam] zijn daarom redelijk. Dat [bedrijfsnaam] een concurrent is van Akmo Dak maakt dit niet anders. De kosten voor het rapport van [bedrijfsnaam] van € 939,76 komen voor vergoeding in aanmerking.
Tussenconclusie
4.38.
Samenvattend is sprake van de volgende schadeposten € 2.500,00 + € 939,76. De totale schade wordt daarom begroot op € 3.439,76.
Overige vorderingen
4.39.
Bouwbedrijf Leiden vordert betaling van de hoofdsom vermeerderd met wettelijke handelsrente. Deze zal worden afgewezen omdat deze alleen verschuldigd is voor de primaire betalingsverplichting. Bouwbedrijf Leiden vordert schadevergoeding en daarop is de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro van toepassing. Akmo Dak is rente verschuldigd vanaf het moment dat zij in verzuim was met het betalen van een geldsom. De verplichting tot het betalen van vervangende schadevergoeding is pas bij de dagvaarding ontstaan, omdat Bouwbedrijf Leiden bij dagvaarding haar vordering tot nakoming heeft omgezet. Artikel 6:83 aanhef Pro en onder b BW is van toepassing op vervangende schadevergoeding, zodat Akmo Dak bij het ontstaan van de vordering tot vervangende schadevergoeding gelijk in verzuim is komen te verkeren. De wettelijke rente zal daarom vanaf 22 september 2025 worden toegewezen.
4.40.
Bouwbedrijf Leiden vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank wijst deze vordering af. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Bouwbedrijf Leiden heeft niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan Bouwbedrijf Leiden vergoeding vordert moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. Bouwbedrijf Leiden kan daarom geen vergoeding van deze kosten vorderen. [6]
4.41.
Akmo Dak is (deels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bouwbedrijf Leiden worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.108,00
(2 punten × € 554,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.414,35

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt Akmo Dak om aan Bouwbedrijf Leiden te betalen een bedrag van € 3.439,76, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 2.500,00, met ingang van 22 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Akmo Dak in de proceskosten van € 4.414,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Akmo Dak niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Schueler en in het openbaar uitgesproken op
3 juni 2026.
3669

Voetnoten

1.Artikel 218 lid 1 Overgangswet Pro Nieuw Burgerlijk Wetboek.
2.Artikel 7:768 lid 1 BW Pro.
3.MvT,
4.Vgl. HR 5 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1028.
5.Artikel 6:97 BW Pro.
6.Artikel 6:96 lid 3 BW Pro in verbinding met artikel 241 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.