ECLI:NL:RBDHA:2026:15030
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen delen strafrechtelijke gegevens met Iraakse autoriteiten
Verzoeker, die tussen 2013 en 2019 driemaal strafrechtelijk is veroordeeld voor terroristische misdrijven en van wie het Nederlanderschap is ingetrokken, verzet zich tegen het delen van een samenvatting van zijn strafrechtelijke gegevens met de Iraakse autoriteiten. De minister wil deze gegevens delen om diplomatieke garanties te verkrijgen dat verzoeker bij terugkeer niet in strijd met artikel 3 EVRM Pro wordt behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van onverwijlde spoed omdat het beroep geen schorsende werking heeft en de minister op korte termijn de gegevens wil delen. In deze voorlopige voorziening kan de rechter echter niet inhoudelijk op het beroep ingaan en baseert de beslissing op een belangenafweging.
De rechter weegt het belang van verzoeker, die stelt dat het delen van gegevens de effectiviteit van de beroepsprocedure schaadt en zijn familie in Irak in gevaar kan brengen, zwaarder dan het belang van de minister bij spoedige terugkeer. Daarom wordt het delen van de gegevens voorlopig verboden totdat op het beroep is beslist.
De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker en verzoeker wordt vrijgesteld van griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de minister om strafrechtelijke gegevens van verzoeker met de Iraakse autoriteiten te delen totdat op het beroep is beslist.