ECLI:NL:RBDHA:2026:3017
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen delen strafrechtelijke gegevens met Iraakse autoriteiten
Verzoeker, die tussen 2013 en 2019 driemaal strafrechtelijk is veroordeeld voor terroristische misdrijven en van wie het Nederlanderschap is ingetrokken, maakte bezwaar tegen het besluit van de minister om een samenvatting van zijn strafrechtelijke gegevens te delen met de Iraakse autoriteiten. De minister wilde dit doen om diplomatieke garanties te verkrijgen dat verzoeker bij terugkeer naar Irak niet in strijd met artikel 3 EVRM Pro wordt behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van onverwijlde spoed omdat het bezwaar geen schorsende werking heeft en de minister voornemens was de gegevens te delen. De rechter kon echter niet inhoudelijk op het bezwaar ingaan en besloot op basis van een belangenafweging. Het belang van verzoeker om te voorkomen dat zijn strafrechtelijke gegevens worden gedeeld, weegt zwaarder dan het belang van de minister bij een spoedige verwijdering.
De voorzieningenrechter wees het verzoek toe en verbood de minister om de gegevens te delen totdat op het bezwaar is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt het delen van strafrechtelijke gegevens met de Iraakse autoriteiten totdat op het bezwaar is beslist.