ECLI:NL:RBDHA:2026:14987
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiseres diende op 28 december 2025 een asielaanvraag in bij Nederland. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling, conform de Dublinverordening. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden vanwege ernstige tekortkomingen in de Franse opvang en asielprocedure.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, aangezien eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van systematische tekortkomingen in Frankrijk of dat overdracht tot schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro Handvest leidt. Ook de vrees voor refoulement kan niet door de rechtbank worden onderzocht zonder aanwijzingen voor systeemfouten.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep af dat de minister artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen. Eiseres slaagde er niet in bijzondere, individuele omstandigheden aan te tonen die overdracht aan Frankrijk tot een onevenredige hardheid maken. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst de proceskosten toe aan de minister.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.