ECLI:NL:RBDHA:2026:14955
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid gegronde vrees vervolging Hazara in Afghanistan
Eiser, van Afghaanse nationaliteit en geboren in 2007, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De minister wees de aanvraag af omdat eiser naar het oordeel van de minister meerderjarig is en zijn verklaringen over problemen met de Taliban onsamenhangend en onvoldoende onderbouwd zijn. De rechtbank bevestigt dat de minister terecht uitging van de meerderjarige leeftijd, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen en twijfel over de authenticiteit van documenten.
Eiser stelde dat hij als Hazara een reëel risico loopt op vervolging door de Taliban vanwege familiegeschillen en zijn weigering tot samenwerking. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concreet heeft gemaakt waarom hij persoonlijk doelwit zou zijn en dat zijn verwijzingen naar algemene discriminatie van Hazara's niet volstaan.
De rechtbank concludeert dat de minister de afwijzing van de asielaanvraag voldoende heeft gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Steinebach-de Wit en griffier Kasper-Kleve op 4 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.